
Als je in Finland rijd rij je door het bos. Maakt niet uit waar je heen gaat, het bos is daar. Wat een schoonheid en wat een rust, wat een rust ook in de wilde natuur mensen, die kunnen genieten van stilzijn en waarde stellen op goed gereedschap. Goed, Goed, ik ging terug naar het sprookje dat Katayamaki is, het woelige sprookje waar je zelf bepaald hoe het verder gaat en waar ik dagenlang kon dromen tussen het gras en de geurige bloenmen onder de stralende zon. De muggen deerden mij nu niet meer, en de brandnetels, ach, die eten we gewoon op! rauw of gekookt, gepureerd op gebakken, de overvloed van alles. Na enkele dagen terug in dit fijne oord ging ik toch weer de weg op en keerde mijn rug ditmaal voor een tijd tot de grote lariks en de wuivende wieden van de open plek. Nu ging het terug naar het oosten en naar de eurpopese regenboog vergadering van 2000 10, nabij het dorpje Paukarlahti. Eerst liep je door het bos, tot je op de grote zee van gras kvam die ver ver tot de rand van vet bos golfde en waar een kudde bruine koeien alle ruimte hadden om te krazen en luieren, konten in de wind. De meeste mensen, elfen, kabouters en trollen kampeerden in het bos, op een peninsula in het grote meer vol eilanden. Ik verkoos een plekje dicht bij de grote cirkel onder de hoede van een grote steen. Onze cirkel begon met zo'n 200 wezens die elke dag maar bleef groeien tot hij nabij de volle maan wel zo'n 1000 zielen telde en we nauwelijks nog de zangen van de overkant horen konden zodat we in meerdere cirkels rond het vuur wiegde en jubelde terwijl de nacht viel. Vaak was er erg veel miscommunicatie en chaos maar het blijft mij toch verbazen hoe goed het allemaal liep ondanks dat. Wegens de grote droogte hadden we de eerste dagen geen vuur maar toen het eenmaal aan ging was het feest dan ook niet meer te stoppen en werd er getrommeld en gedanst tot diep in de lichte nacht. Er waren meerdere centra, zoals de chai keuken en het zwemstrandje en het helings gebied, maar twee maal daags kwamen we toch grotendeels allemaal samen voor het eten van de maaltijden dat altijd een heel gebeuren is met vele potten en borden en magic hat optochten en omroepers die van allerl

ij workshops en wetenswaardigheden aankondigden. Ik kom mij niet weerhouden me enigzins in het organizeer gebeuren te mengen en werd zodiende recycle-punt bouwer, keuken foculizer en aswas station planner. Alles op z'n tijd. maar er was ook veel geslaap en gelummel en zwemmen in het meer waar na enige weken een thee eilandje ondstond op wat rotsen midden in het water, vuur en al. De media had grote interesse voor ons kamp en we kwamen in de krant als erotisch festival met tantra workshops en veel naakte types, papparazzie fotografen in de bosjes en al. Er kwamen zelfs helicopters over, en dat was voor mij het moment om me maar weer eens uit de voeten te maken. Ik omhelsde alle lievelingen die ik had leren kennen hier en elders en vloog weer over het zwarte asfalt. The road is open the start is neigh, let me a journey new begin, to end up shining, deep within. In geen tijd was ik in Lapland en de rendieren waren dik op de weg. De eerste dag ben ik gestopt met tellen nadat we voor de vijfde keer in een uur een van de beesten op de weg hadden, en het is waar, ze lijken er echt dol op juist midden voor je oto te gaan rennen, of je gewoon aan te kijken met hun bolle ogen met de vraag, wat nou? Op de grens van lapland liep ik het bos in, de stille boswegen die telkens leger werden, en een muur van bomen rees op aan elke kant. Ik liep tot ik aan een meertje kwam wat ik op de kaart had gezien, en zette daar mijn tentje op het zachte bloeiende mos. Tijdens het koken plukte ik wat rijpe bosbessen vanuit mijn voortent, of zelfs er in! De hele heuvel was er vol van en de grond zag blauw van de rijke gave van de kleine struikjes. Ik zat aan een stenig meer, het Rintalejarvi, en was daar practiesch aleen, ja zo was het niet moeilijk een stilte dag te houden, als je de hele dag gewoon niemand

tegenkomt. Maar ik was opweg ergens heen, naar een klein meer bij het twee na grootste meer in Zweden, en naar inzicht. Zodoende pakte ik na twee nachten alles dus weer in, zij het nabijgrazende rendier met zijn zachte bonte gewij en de sneeuwuil gedag en stak de poolcirkel over naar Rovaniemi alvorens af te dale in met de flitspalen controleur en een waanzinnige doch aardige man naar de grens van Zweden. Ik was nu over de Baltische zee gelift en begon de afdaling naar west Europa. In twee dagen was ik in aantrekkelijk Stockholm en weg uit de stille schoonheid van Lapland en noordelijk Skandinavie. Waar het mos zo dik ligt en het fruit van de natuur onverwacht zo rijk is. Nu was ik weer in de regenlanden en tussen het historisch nalatenschap van Europa's rijken. Ik kampeerde in het park met mijn schutkleur feloranje tentje, maar werd zelfs door de bosjesmannen niet opgemerkt. Nu was ik zelf een bosjesman, een zwerver, goh als ik geen zwerver ben, wat is dat dan? Het is nu oogstijd en overal vallen de frambosen en appels en pruimen van rijpheid van de bomen. Rode bessen en kersen, kruisbessen en de tweede golf zevenblad, och de natuur is toch zo uitbundig in haar ingetogenheid. Als een muurbloempje in de volle bloei van haar leven. Stockholm verlaten reed ik mee met een vriendelijke vrouw die mij op vier kilometer van het meditatie centrum afzette, tenmidden van de prachtige kleurende velden koolzaad en vlas, in vele trekken bruin, geel en falend groen. Oh de schoonheid van deze open ruimte waar de windmolens boven de aren van het gewas malen in de vrijen wind. Ik liep langs de bonen en wortels naar Lyckebygarde

n en voegde mij onder de lieden van dit moderne klooster. Ik was een dag te vroeg, dat is het leuke van liften, dat je nooit weet waar je die avond zal zijn, het ene moment lijkt het zo oneindig ver, het volgende loop je er binnen. Maar voor het begon liep ik nog even naar de Runen steen van Rök die hier vlakbij lag en zag dit oude testamonie van faam en eer opgesteld door een nu lang vergeten krijgsheer van weleer, in de tijd der Vikingen. Dit hele gebied is reeds lang bewoond en het stikt er dan ook van de nalatenschappen van menselijke aanwezigheid tot ver in de steentijd. Het landschap ik gevormd door het zware landijs nog daarvoor en heeft daardoor iets heel oerachtigs. Het begon, de eerste dag, nog negen te gaan, en elke dag lijkt een overwinning. Ik ging er wederom in om mijn begrip van de techniek te verdiepen, en dat is naar mijn mening zeker gebeurt. Ik ging er in voor waarheid, en die heb ik gevonden, in het schaven van wat ik mein zelf acht. Ik zie nu duidelijk hoe alles hangt aan voelen en aanwezigheid, 'awereness & Equanimity. Er waren momenten dat ik klaar was om weg te lopen, maar andere dat ik me compleet opgelost voelde op de plek waar ik zat, je overkomt jezelf, gaat door al dat wat je gelooft niet te kunnen en komt er uit met vastberadenheid, wijsheid en dankbaarheid voor het process dat zich afgespeeld heeft. Ik wens een ieder deze ervaring toe, deze kans jezelf te bevrijden van zoveel negativiteid en stess, om bevrijd te raken van angst, irritatie en verdriet en waarachtig blij, vredig en licht te worden in al je dagelijkse handelingen, niet omdat het onderdrukt word, maar omdat je een kans hebt het er met worten en al uit te halen. This too will Change, Change, Change. Als je er in gaat laat je alles achter, tijd staat negen dagen stil, en dan kom je er uit met een nieuwe blik op de wereld, van buiten en van binnen. Wees niet bang voor pijn of ongemak, maar pas op voor dat wat je als comfortabel en fijn dacht, dat zou wel een serieus kunnen veranderen. Om niet meteen weer verdaasd in de vierkante individualistische wereld te hoeven dwalen gin ik na de tien dagen in stilte, in In, In Vipassana naar het bos en de heuvel achter het centrum, dat zelf al aan de rand van een beschermde vogel plas lag yodat er vaak groepen ganzen laag over kwamen hun schille stemmen vergstervend in het bos van de frisse morgen of zachte avonden. Ik kwam door het sprookjes woud waar het licht diep groen was en het rook naar elfjes die zich zeker verscholen hielden onder de vele kleurige paddenstoelen, wow! Ik denk dat ik in die dagen wel 30 verschillende soorten heb gezien, als ik maar wist welke ik eten kon. Deze heuvel ligt aan het groote Vättern meer dat op vele plekken langs de kust steile kliffen heeft afgeslepen door de bewegingen van de oude gletsjers. Het is een gigantisch water en er waren grote golven op, bijna zoals op de Noordzee op een winderige dag, zoiets had ik nog nooit gezien op een meer. Met dank aan de gewelldige Skandinavische gastvrijheid kon ik slapen in een trekkers hut om de volgende dag door de heuvels en middeleeuwse forten

weer uit te komen op de vlakte. Daar werd nu het graan geoogst waneer en geen enorme beuken goeiden die ik zolang niet gezien had. Eiken waren er nu weer en elzen, alsmede ook de eerste vlieren en bramen die zich aandeden. De herfst flirte hier nu reeds met de zomer, het najaar was ver van daar maar de berken, die ik nog maar zo pas hun tedere blaadjes had zien ontrollen begonnen nu op plaatsen al lichtelijk te vergelen. Nog een nacht sliep ik aan het meer op de gladde rotsen waar de golven op beukten. Aan de overkant de verre oevers van Karlsberg, en hier een kleine witte vuurtoren die al zijn dagen uitkijkt over de baai en rotsen van dit ruige land. Ik liep vijf kilometer over een rechte weg, een eerlijke weg, en mijn weg, en vond onderweg de nalatenissen van onze voorouders uit de steentijd die hier op de blote rotsen simpele paarden en sleeen hadden uitgehouwen op een plaats die voor hen mogenlijk van groot belang was, hier tussen de grote velden, die nu al hun identiteid verloren hebben, maar wat vast eens rijke thuislanden geweest waren. Daar ontmoette ik uiteindelijk weer die grote slang, de E4 die ik helemaal van begin tot einde uitreizen zou. En ik werd van de vergetelheid ontrukt door een duitse trukker die de verzekering niet te serieus nam en mij meebracht helemaal naar de zee. Naar de zee en Helsingborg waar hij mij midden in de stad afzette tenmidden van alle toestaanders met zijn grote eiland van een vrachtwagen, en ik was bij het pontgebouw. De wind liet zich goed voelen maar het grote schip deinde maar nouwelijks op de grijze baren en nog voor ik goed en wel mijn brood verorberd had waren we al aan de overkant en in Denemarken. Daar zag ik vele oude huizen en gebouwen die nu trekken begonnen te vertonen van de bouwsteil uit mijn thuislanden. De barok tekende zich nu flauwer af en er scheen vakarbeid doorheen in de vorm van rode bakstenen in trapgevels. Hier was het liften zelfs bijna te makkelijk en ik wees voor het eerst van mijn leven twee liften af voor dat ik op rolletjes naar Kopenhagen vloog. Nu kwam mijn land immer dichter

bij en toen ik mij die nacht terusten legde aan de randen van het vage oord Cristiania leek de dag wel bijna te snel te zijn gegaan. Een Christiania waar ik gemengde gevoelens aan over heb gehouden. Aan de ene kant is het een gewaagd expiriment zo tenmidden van de grote stad een eigen staat uit te roepen en te floreren in kunst en zelfbestaanigheid. Aan de andere kant vind ik het treurig om te zien hoe deze verkregen vrijheid door sommige word misbruikt voor het verhandelen van hun bruine rookwaar op een naar mijn smaak zeer perverse wijze. Het centrum van dit woonproject word aangeknaagd door verslaving en aftakeling terwijl het naar buiten toe steeds groener en creatiever word. Ik sliep dus maar tussen de wal en het schip van stad en tegencultuur en genoot van de aanwezigheid van de vele vruchten van de natuur als reuze bramen, gele pruimen en dikke appels die nu bijna op hun best zijn. Een dag slenterde ik ook door regenachtig Kopenhagen en bevond dat de zeemeermin is uitgeleend aan Shanghai in ruil voor een onoogelijk stuk hedendaagse 'kunst' dat zeg maar schade aan schande toevoegt en de uitzicht op zee beneemt. Wel zag ik de vele schone en bizarre Dalistische klokkentorens van die stad en vroeg mij af; wie heeft die ooit bedacht, en wie ze ook werkelijk gebouwt, wow! En weer verder, nu naar het vaste land van Jutland en continentaal Europa over de gigantiche bruggen die die met elkander verbinden en kwam nog die zelfde dag aan bij Henk en Herreen in het eerste echte Deense pannenkoekkenhuis Kvie So. Hier was ik naartoe afgereisd in de 13 meter yurt te bezichtigen en te inspecteren die mijn vader Froit daar twee en een halve maand eerde had neergeplant en wat daar als restaurant en feestzaal zou gaan dienen. Nou, hij stond er nog, en in volle glorie, was zelfs die dag in gebruik en met succes. De aardige eigenaars van deze kleine kamping lieten mij in hun andere, kleine yurt slapen wat naar mijn maatstaven echt super lux was met zachte bedden en een waterkoker en uiteraard een werkende kachel. Twee dagen wentelden zij mij in de watte en ik fixte voor hen wat kleinigheidjes aan de grote tent die verder niet veel zorg nodig had. Het weer was grauw maar ik kon het, nu ik een veilige slaapplaats had wel appricieren en zag de zware wolken laag over het kleine meertje jagen dat daar was. Wilgen en riet zwiepten in de wind, Een natte zompige geur bereikte mijn zintuigen, spatjes regen daalden neer op mijn aangezicht, maar ik wist met genoegen, dit in het klimaat van mijn thuislanden, dit is ook mooi in al haar onoogelijkheid. Het is simpel maar puur, vruchtbaar en practiesch, hier ben ik uit voortegekomen, zal dit niet ook het land zijn waar in wortelen moet? Naar ik hun gastvrijheid niet misbruiken wou ging ik toen weer op weg, werd bij een bevriende boer gedumpt en werd aan diens broer meegegeven die nog diezelfde dag naar Holland reed. het was een flinke confrontatie, niet vaak heb ik mensen zo plat horen praten, en na een overdaad aan talen en dialecten ter oren te zijn gekomen op mijn reizen was het erg interessant om nu mijn eigen taal bijna te moeten ontcijferen en terugbrengen tot iets van ik kon verstaan. Bon, zo ver als Holland ging ik nog niet, nu nog niet, ik stapte in Hamburg uit en lifte van daar verder. Wat een makkelijke rit had geleken viel toch nog ennigzins tegen vanwegen het wespennest dat Hamburg toonde te zijn, voor de lifter altans, en zodoende belande ik die avond onder hat afdak van de Kaufland wederom aan de rand van werkelijkheid en beschaving en sliep als een zwerver op de warme stenen. Wat een bizar leven is dit, hoe het om kan slaan, hoe het transformeert, het je uitdaagt tot

flexibiliteit telkend weer als je maar durft je open te stellen voor dat ware avontuur. De morgen was als het openen der hemel, engelen gezang en stralend licht en al, plus een lief turks meisje op en stoute toer die mij mee nam helemaal naar het hard van het Moederland, de stad van oost en west, naar kapitaal Berlijn. Berlin, woh ich noch nimmer zo frei rundgewandeld had wie jetzt, en waar ik nu een ankerplaats had bij mijn lieve zus Claartje. die woont hier in een gele bouwkeet achter een punk paleis en een hongaarse enclave tenmidden van de natuur aan de rand van de stad. Zij woont daar met haar hondje en haar zeer vriendelijke kampgenoot Marcel en ik kampeer daar nu bij haar onder de berken en lindeblaaren. West Europa, waar de snelweg immer als de oerruis op de achtergrond van je bewustzijn denderd en ik weder van uitschot naar eenling geslingerd word. Waar de maatschappei zo hard is als het beton waar die uit is opgetrokken en ziel en zaligheid veruild en verdrongen worden door de vooruitgangsillusie en het consumptie ideaal. Wat moet ik hier? Wat moet ik waar anders. Wat ik ben is de som van mijn opgedane ervaringen, leven na leven na leven lang. Wij zijn een bron die we moeten pogen te laten stromen zonder de behinderingen van onze meningen en condities. Laten wij ons bevrijden van negativitijd die toch immers niets of Niemand ook maar iets helpt! Laten wij ons stralen, laten wij onze bron, onze gazamelijke bron overvloeien met onvoorwaardelijke liefde en oneindige sympatieke vreugde. Het is niet aan iemand anders om ons te redden of te helpen, wij moeten het zelf doen, en het is niet makkelijk, maar we kunnen het, moeten het, niet dan, maar NU! Wees bewust, wees hier, in elk ademhaling, herrinner je je ware aard. In elke stap, herrinner je wat je werkelijk bent. In elk woord, spreek het met liefde, met compassie, met mededogen. Laat ons door maskers en denkbeelden heen breken en zien wat daar werkelijk is. Dat is waarheid, dat is schoonheid, daar, is onschuld. Ik dank alle uit het diepste van mijn hart die mij op deze rijs, op deze toch van de ziel op welk voor manier dan ook maar geholpen hebben, is het met daden, woorden of gedachten. Jullie hebben er voor mij gestaan als een rots in de branding, als een eiland voor een drenkeling, Als een moederkip voor haar kroost. Moge jullie allen waarlijk gelukkig zijn, wij allen leven in diepe vrede en harmonie met elkaar en het gehele bestaan. Mogen alle wezens door het gehele universum bevrijd worden van illusie, en oplossen in het Ene. Salaam Maleikun! Aum Shanti... Aho.....
Listening to
The wisdom of our own Heart
All truth is known