zondag 10 januari 2010

34. In de kou

Ik houd van Varanassi, maar het is ook wel een hele aanslag op je longen en algehele gezondheid. De riolen die gewoon over de ghats hun weg zoeken naar de asgrijze Ganga. De stinkende hoeken. De smeulende vuren van halfverbrande lijken. Het fijt dat elke hoek die niet even gebruikt word meteen vol licht met uitwerpselen, van mensen wel te verstaan, 'the Indian Way'. Voorheen heb ik wel eens verkondigd dat ze in India totaal geen idee hebben van hygyene, maar daar kom ik nu van terug. Het is aleen dat hun concept van hygyene zo ongeloofelijk verschilt van het onze dat het soms moeilijk kan zijn de overeenkomst hierin te ontdekken. Na enkele dagen in onze kamen op de eerste rij voor het horen van het vijfdagelijkse klaaglied van de vijf dichtbijzijnste moskeeen verhuisden we naar een ander kamer op de tweede rij zeg maar, die wij vanwegen zijn blauwe kleur en diepe ligging 'de onderzeeer' doopte, waar we genoten van het uitzicht en van alle lieve vrienden die ons dagelijk kwamen bezoeken. Maar al snel verscheen er een wolk aan de lucht in dat Raj (ook wel Stephan) te horen kreeg dat zijn vader het niet zo goed maakte thuis en dat hij er mischien goed aan zou doen om naar huis terug te keren. Dit was wel een schok en de dagen daar op waren erg intens en vaag. Omdat mijn goede vriend zo'n groot en liehebbend hart heeft en omdat het moeiljk was om echt goed hoogte te krijgen van de situatie thuis besloot hij toen uiteindelijkhet zekere voor het onzekere te nemen en zijn droomreis op te geven voor zijn familie. Hoe wij (Vita en ik) het ook voor hem betreurden, wij konden aleen maar met hem instemmen en hem prijzen voor zijn grote moed en trouwhartigheid en spendeerden zo de laatste dagen zeer vredig in de smalle kleurige straten van de stad van licht, Kashi. In een poging om thuis niet weer in de oude patronen te geraken maakte Raj in die laatste dagen een ware kleurige transformatie door en vertrok zodoende beladen met vele schatten uit de oost met geblokte klownsbroek aan en al. Ons parten was harmonish en waardig voor twee die zulke mooie momenten hebben gedeeld, we zaten een tijd in stilte op een paar ouwe kabel klossen voor het station terwijl de biggen om ons heen scharrelden en de zon ons voor het laatst verliet. Uiteindelijk was er aleen nog maar stilte, en dan, weer aleenheid. Als door de wereld omhuld liep ik in een waas de vier kilometer terug van het station naar huis, los, maar ook enigzinds verloren, zo onerwacht was het allemaal gegaan, zo vreemd, maar zo is het. Ergens diep in mij was er een wetenschap van het gebeuren van dit alles, en nu had die zich gemanifisteerd. Ik had tijd nodig om na te denken in rust, even weg van de Varanasi gekte en ontsnapte dus naar het groene oord van Sarnath waar ik drie nachten in het Japanse klooster doorbracht. S'morgens en s'avonds hadden ze er dienst en dan klonk de reusachtige ronde drum door het duister als het rollen van de donder en als je goed luisterde hoorde je er vaag het reciteren van de Lotus Sutra doorheen; Na Mu Myo Ho Ren Ge Kyo...
Ook ontmoette ik hier via via een vrouw die Falun Dafa gaf, wat een Chinese meditatie techniek is met dynamische langzamen bewegingen die een kalmerend en energerend effect hebben. Deze vorm van oefening is verboden in China en zij was dan ook erg srijdlustig met het verkondigen er van, wat opzich geen slecht iets is. In Sarnath wonen ook veel Tibbetanen en die hebben met zich mee gebracht hun eten, dat betekende dus Thenthuk en Tsampa, en, bij vertrek van een stel Ladhakkis het bekende Jule! En een handje heerlijke gedroogde abrikozen, mmmm.
Weer terug in Varanasi voelde ik mij al een beetje helderder en immer lichtend in de buurt van mijn geweldige vriendin Vita, die me dagelijks inspireerde en bijstond en met wie ik menig wandeling over de donkere ghats maakte onder het wisselen van diepe verstillende woorden. Toen kwam kerst, en het kadootje dit jaar voor mij bleek van inwendige aard, ik werd ziek. Jawel, acht maanden in India en eigenlijk amper ziek geweest, en nu, op de drempel nog even vet de koorts en hoest en schijterij gekregen joh, poeh! Eerst verkouden, en toen een darminfectie bekend als Piles met alle nare bijwerkigen van dien. Dit had als gevolg dat ik nog op oudjaarsdag me de rikshaw door de kou (oh ja, het is inmiddels wel iets van 8 graden in noord India en iedereen klaagt steen en been en er zijn al een hele zooi mensen overleden en de scholen hebben vrij, want het is zo koud) naar de Ayurvedische appotheek ben geweest waar een aardige doctor mij een drietal poeders en twee siroopen voor schreef die door een drietal statige mannen gemixt, gevijzeld en afgewogen werd in een oeroude bronzen weegschaaltje en vervolgens verpakt per stuk in kleine vierkante papiertjes. Vita was inmiddels ook naar Sarnath geemigreerd dus lag ik aleen in bed en werd nog net op tijd wakker om mensen boven mijn hoofd 'happy newyear' te horen schreeuwen, wat is het toch en sureaal gebeuren. Dat vieren van een nietstzeggende datum waar niemand nog de oorsprong van weet, nee, ik bleef lekker in bed. Dit was mijn uitzicht vanaf mijn bed Nr.1
Hoe dan ook, de Piles werden niet echt minder ookal at ik gezonde Kichery (een mengsel van rijst, dal, boter en komijn) en toen Vita dus terug kwam en dat hoorde raade ze mij aan om toch iets sterkers te nemen, en zo ging ik aan de Ciprofloxacin, wat erg snel werkte. Reeds de volgende dag velde ik me al een stuk beter ookal had ik nog niet echt mij kracht terug, maar dat kwam ook weer na een paar dagen, mede door het verlaten van deze stad van mijn dromen op weg, naar het oosten. Ik pakte wederom mijn boeltje bijeen en rijsde de grote oude Grand Trunk Road af in verscheidene razende bussen, met hele voorruiten (in tegenstelling tot Afrikaanse bussen wat dat betreft) en belande zo tegen het donker in Aurangabad. Vraag me niet waarom maar die naam zei me iets, en nu weet ik waarom. Ik dwaalde een hele tijd rond op zoek naar een slaapplaats, maar zelfs met de hulp van twee locale scooterboys en hun brommer lukte dat niet. Jaah, dit was Bihar, dit komt bekend voor, van Patna een half jaar geleden, toen nog met die goeie ouwe Wanda. Geen bed dus, en zodoende zocht ik toen maar een plekje voor de deur van een tempel naast de andere buitenslapers en rolde mijn lsaapzak uit. Nou zijn er mensen die dat gevaarlijk zouden kunnen noemen, vooral Indiers, maar sinds niemand me bij hen thuis uitnodigde zag ik me geen andere keus, en voelde zelf niet het minste sprankje angst. En het was goed. Ik heb ook dat overleefd, en weer een bijzondere ervaring. In de staat Bihar houden ze niet van lekkere Thali, wat een standaard rijstmaaltijd is overal in India, en eten meer een soort harde, geroosterd deegbal met kikkererwten poeder er in, gedoopt in een super pittige aardappel kurrie, ook wel apart. Weer op de weg de volgende morgen, overal aangestaard, kwam ik al snel in Gaya aan en daarna, na een prachtige rit voorin de bus door het schitterende landschap van Bihar, vol palmen, uitgestrekte velden, ossen en lege rivieren en hier en daar een baksteen over in Rajgir aan. Rajgir licht in de armen van een stel archaisch ogende bergen of heuvels vol wit steen en begroeid me heerlijke savanne achtige jungle. Het is hier droog maar toch levendig en gelukkig is het het koele seizoen want in de zomer is het hier volgen mij niet uit te houden. Rajgir is een plek waar Bouddha voor zijn verlichting en Mahavira van de Jains een tijd geleefd hebben en staat zodoende vol tempels, afgezien van het feit dat er drie hete bronnen zijn die erg populair zijn bij Hindu pelgrims die het als een gift of zelfs incarnatie van Laxmi, de godin van de overvloed zien. Het is hier wel chill, en ookal slaap ik in een kamer niet ver van de weg, de lucht is een hele verademing ten opzichte van Varanasi. Ik dwaalde wat door de groene velden vol vogel gekwinkeleer en rust en zag mensen over de weg lopen, een rickshaw komt en gaat, een buffeldrijver, een marskramer met een net vol potten en pannen op zijn hoofd. Tempels hier en daar, de geur van bloeiende kruiden in de lucht, wat een heerlijke plek is dit, om te leven.
Laten we dat allemaal doen, op deze prachtige planeen, in dit mooie moment, dit jaar, deze tijd die wij hier zijn. Laten wij genieten van elkander, en van deze schone wereld om ons heen, en binnenin ons. En voor hen wie nog wat extra inspiratie willen raad ik dit mooie bericht aan: http://www.youtube.com/watch?v=Q3zJm98UXzQ
Voor nu alles rust en vrede, Om shanti, I love you. GaAn