zondag 28 juni 2009

28.Namaste

En dan nu, de fotospecial, met extra veel plaatjes voor het begerig oog. Twee dagen lang sudderen in een zuidindiase trein laat je er uitbreken in een manie van plakkerig zweet, stof en aangekoekt vuil dat je er enkel met minstens twee keer mandi-mandi-en afkrijgt. Het was een eindeloze rit geweest van nodeloos wachten in the middel of nowhere waarbij ik mij telkens als dit voorkwam een weg naar buiten wurmde om samen met de andere mannen onder de schaduw van een boom te gaan zitten of op de rails om wat op mijn fluit te blazen, zie ginds komst de stoomboot, de torenspits van zltbommel, de lambada en zo meer. Dit had als bijwerking dat zich al gauw een dichte haag van toeschouwers verzamelde die zelfs het laatste zuchtje wind wegnam waarvoor ik nu juist naar buiten gekomen was zodat ik mij dan weldra weer naar een andere locatie verplaastte waar het hele proces zich dan weer van vooraf aan afspeelde. We reden door de verschroeide vlaktes van centraal India waar de verzengende zon met de cepter zwaait en het een wonder is als je meer dan een paar huizen bij elkaar ziet staan. In het station van Patna haalde ik deze keer zonder problemen Wanda van de trein en zo fietsten we algauw richting busparkeerplaats. Wat toen volgde is niet echt het vermelden waard maar het was een opeenstapeling van botsende bussen, ongewillige hoteleigenaren, stakingen en stroomuitval die ik enkel overleefde met de hulp van een engel op een fiets vermomd als een jonge bruinen jongenman. Het terugkeren in Nepal voelde een beetje als het vinden van en eenzame pinda op de bodem van mijn tas, een gebeurtenis die mij immer grote vreugde inboezemt. Het leek er wel niet veel veranderd aan de buitenkant, maar de littekens van de afgelopen vijf jaar worden vooral gedragen door de vriendelijke bewoners van Kathmandu zelf. De jaren van een dictator van een monarch, maoistiesche rebellen en een in en in corrupte regering hebben diepe sporen nagelaten in de Nepalese sameleving. De voedingsmiddelen die de mensen het meest gebruiken als rijst, dahl en melk zijn soms wel vijf keer zo duur geworden. Water is schaars en stroom onberekenbaar terwijl er in Nepal grote wilde rivieren stromen met heerlijk schoon bergwater. En wie is het die hier het meest onder lijd? zeker niet de politicie in hun burgten van huizen die je van muren en posters toe grijnzen met hun vette koppen. Het zijn de mensen onderaan de economische schaal die hun kinderen het centrum in sturen om te bedelen waar ze s'nachts vuil en grijs op de betonnen toritoirs slapen in groepen onder de bedwelming van de lijm die zij in plastic zakjes bij zich dragen. Thuisloos als ze zijn, na een hopeloze dag niet genoeg, nooit genoeg hebben opgehaald en bang zijn om weer naar huis te gaan met kans op een aframmeling. Dit is een werkelijkheid van Nepal, maar gelukkig zijn er ook mensen die hier iets aan proberen te doen. Zo is er een tehuis gerund door een vrouw genaamd Amma bekend als het 'Hopefull home for helpless children' waar ik vroeger ook ben geweest, om te helpen met het maken van huiswerk of het bedenken van spelletjes voor de kinderen. Inmiddels hebben ze een veel mooier en groter huis gekregen aan de randen van de stad tenmidden van de groenen rijst en kolen velden onder de wakende hoede van de bossige groene berzijden. De kinderen van toen nu veel groter en geschoold, en ik? Mischien een beetje kleiner geworden of enkel ouder. Meteen het eerste weekend in Kathmandu werd ik uitgenodigd voor een vage trance gathering ergens in de bergen en ik besloot te gaan al was het enkel voor de ervaring. Ons meetingpoint was Freak street, nabij de oude tempels en paleizen van Kathmandu, op een hoek bij de Bio-shop. Het duurde een tijdje voor alles geregeld was en dus verzamelde zich langzaam een kleurige groep chillende freaks met wie ik al trommelend en fluitend de zonnige namiddag passeerde. Toen alles compleet was liepen we met ze allen naar de microbus waar we ons met z'n 25 inpropten en gingen opweg. Voor we goed en wel het beige stof van de stad achter ons hadden gelaten was het in middels zonsondergang en na een poosje klommen enkelen van ons op het dak voor een wervelende rit. Toen we even pauseerden danste ik daar sky high op de frisse berglucht en de euforie, crystal clear. Toen, een lekke band en dan een weirde eetstop waar iedereen massaal aan de Dahl Baath ging, maar ik verkoos mijn yoga als geestelijk voeding. Daar zag ik de laaste vallende sterren, rood opgloeiend in mijn innerlijk universum, en de wonderen van het wanderende leven. De bergen, zo bewerkt door mensenhanden, de rijsterassen hoog boven mij uitstrekkend. Toen, terug in de bus voor een duizelende rit full power over een smalle bergweg. Dude, dit is trippy, ik denk niet dat ik ooit zo speecend in een voertuig heb gezeten. Het hele heelal kwam door de bus heen, en gooide mij van mijn koers op een goeie manier. Dan, eindelijk waren we er en het was een wonderschone plek. Onder ons stroomde en wild bruisende rivier in haar wilde bedding, rondom ons waren de duistere bergen en in het hemels zwart was inmiddels de bijna volle maan verschenen die ons vriendelijk toelachte. Ik voelde de aarde en was er. Helaas was de muziek mij veel te base, enkel de onderste chakra's stimulerend terwijl ik juist van boven overstroomde. Dus ging ik maar aan de verstilde weg zitten, op het grijze steen en mediteerde tot het eerste licht van de zon zich weer vertoonde aan de heldere hemel. Ik voelde mijn hele lichaam, van binnen. Elke spier en fiber in gewaarzijn en afstemming. In die rust, is het enige dat ik nog behoef yoga. Innerlijk vrede kan enkel bereikt worden waneer er eerst vrede is met het lichaam. Toen de gouden zon ons weder met zijn gouden licht betaste daalde ik af naar de schoonheid van de grote rivier en verwonderde me over haar pure pracht en weelde, deze gift van moeder aarde. In haar vloeibare lichaam bereikte ik de ultieme frisheid en was klaar voor een nieuwe dag. Ik bevond me in een van de schoonste valeien van de Himalaya en besloot dus maar eens een goeie wandeling te gaan maken. Ik liet de blowende en chillende feestlieden voor wat ze waren en stuurde mijn voeten richting de hoge bergen van de Bhote Koshi. Het verstilde dorp dat nu ontwaakte met het dreunen van de base was een sureaale gewaarwording. Mensen in grauwe simpele kleren die bundels hout of zakken rijst met banden over hun hoofd droegen. De kinderen met piekerig haar die maar eens kwamen kijken wat die vreemd buitenlanders nou aan het doen waren daar de hele nacht. Ik kan het aleen maar met hun eens zijn dat het een vreemd gebeuren was op deze bijna heilig natuurlijke plaats, ontaardend. Ik liep, en liep, soms naar beneden, maar voornamelijk omhoog, langs plekken waar mensen met hamers en wiggen platen gekleurd leisteen uit de rots aan het bikken waren en die dan door kinderen naar beneden lieten dragen om te verkopen aan de weg. Ik kwam door gemanikuurde dorpjes, maar niet op een burgelijke manier, waar bloemen over de balkons groeiden en de bewoners duidelijk plezier hadden in hun leven. Is het mischien de armoede barriere die hun, ookal hebben ze niet veel, toch laat genieten van wat ze hebben in dankbaarheid? De bergen ook maar proberen te raken met woorden zou een daad zijn van pure arrogantie en zelfoverschatting. Overal waren terassen en mensen die aan de overkant van de diep gesneden vallei met buffles hun landjes aan het ploegen waren. Al gauw kwam ik in de Boedhistiesche gedeelten waar de vrouwen vrolijk gestreepte schorten dragen en gebetsvlaggen over de huizen en tempeltjes wapperen. De hele dag liep ik en kronkelde door de grote vallei, nog lichtelijk in de waas van mijn droombetovering, zulke ongeloofelijk oude dingen, mensen, een groep schoolkingeren in uniforms die mij een heel stug vergezelden en wie ik de engelse woorden leerde van de dingen om ond heen: Bus, river, bag, road, hair, hydroelectric dam etc. etc. Er was een plek, waar de vallei een scherpe buiging maakte, waar in een arm van de rivier, een grote grote bodhi boom groeide, in verstrengeling met een kolosaal rotsblok, er geheel omheen groeiend. Een Shiva shrine was er onder, en ik voelde dat ik daar zijn wou. Ik werd toegelaten door een vrouw die er gras aan het maaien was met een korte cikkel en zat op de grijze stenen platen. Zo'n krachtplek dit, en ik liet er de tranen van de witte woestijn zwart naar de aarde rollen. Daar ligt het nu, in een stralende bol van energie, toevoegend aan wat daar al was, een monument van energie, lichtend voor de eeuwigheid op het veld van Akasha. Aan het einde van de dag bereikte ik het beloofde oord Tattopani, of terwel heet water, waar ik een houten hokje aan de rivier vond met uitzicht over de beboste helling. Ik liet mij in het hete water van de bron weken en was toen zeker klaar voor de nachtrust. Volgende dag, op het dak van de bus terug naar Kathmandu, de laatste tien kilometer te voet vanwegen de Maoistische staking wat inhoud dat gewoon geen enkel voertuig het moet wagen te bewegen of anders zal de met stokken en palen gewapende meute wel eens even je ruiten en koplampen komen uittesten op breekbaarheid. Toen begon het visa gebeuren. Ik was hier naar Nepal gekomen om te proberen een nieuw Indiaas visa te bemachtigen en dat is niet zo makkelijk. De eerste morgen was ik bij de poort om zes uur en na drie en een half uur wachten werd ik dan uiteindelijk geholpen. Ja, je mag over een week terug komen, we gaan eerst chekken of je geen crimineel bent. Okee, dus ik ging eerst maar eens wat de heuvels rond Kathmandu in, oh ja, en een beetje naar Bodhnath hier beter bekend als Bouddha, de grootste stuppa in Nepal en altijd een mooie vredige plaats om te zijn. Met wanda rolden we er heen, waren, zagen de boeddistische monniken die aan het zingen waren in het klooster aldaar, versierd met schitterende mandala's en thanka's. Toen, bij de uitgang terwijl ik Wanda aan het losmaken was stond daar een Taxi aan wie ik voor de grap vroeg of hij haar niet wou kopen. Hij nam dit echter serieus en aarzelde niet mij de gevraagde 5000 ruppees te overhandigen en bood mij ook nog aan me af te zetten bij de tempels van Pasupatinath. Zo zag ik een half uurtje later Mijn vertrouwde tweewielster vaarwel in de achterbak van een kleine witte Maruti en was het verhaal af. Het geld was voor het Hopefull home aan wie ik haar eigenlijk had beloofd, maar aan fiets kan je niet eten, en sinds er zo'n 400 euro aan reist per maand door heen gaat daar dacht ik dat ze het geld beter konden gebruiken dan Wanda. Bon, ging dus wat de heuvels in om te trainen voor mijn geplanden renddevous met Anita en wandelde enkele dagen in de heerlijke heuvels tussen de sparren en dennen. Nagarkot was mijn bestemming en ookal was er nu, vanwegen het stof in de lucht geen berg te zien, het mocht de pret niet drukken. Op de terugweg kwam ik weer door Bakthapur wat een oude, geheel autoloze stad is van geheel opgetrokken uit rode bakstenen. Het stikt er van de tempels en baden, pleintjes en heilige hoekjes en mensen zitten gewoon op hun drempel omdat het een prettige plek is om te zitten, zonder al dat verkeer. Wat een heerlijhkheid, kinderen spelen op straat, oudjes zitten op verhoogde platform in de schaduw, het is er stil en de lucht is zuiver, zouden ze overal moeten doen, vooral in verstikkend Kathmandu. Anyway, terug in Kath ging het visa verhaal verder en op m'n verjaardag zou ik het dan echt krijgen. Maar helaas had de ambassade in Nederland niet geantwoord op mijn boemanbrief en dus mocht ik twee dagen later weer terug komen, voor de derde keer om zes uur s'moreges. Mijn verjaardags dag was echter geweldig. Ik had weer twee vrienden ontmoet die ik al kende uit Israel van de Walk About Love en met hun at ik Appelkruimel taart en ik kreeg wel drie kadootjes! Als omgekeerde traditie bliesen we geen kaars uit maar stakan we er een aan, veel mooier vind ik. Er was nog 1 dag voor dat mijn Nepalese visun af zou lopen en dus ging ik naar Swayambunath, de stupa op de heuvel vol apen en met duizenden gekleurde gebedsvlaggen die in dikke trossen over de heuvels vol grote en kleinere stupes gespannen zijn. Zo een mooi gezicht is het om daar onder te zitten en het geluid te horen van de wind die er zachtjes doorheen suist. De dikke sparren met hun donkere takken, het geluid van twee jonge monniken op de achtergrond die op hun lange alpenhoorn achtige toeters aan het oefenen waren waar een enorm geknetter uit kan komen. Onder de rustige ogen van de boeddha die over de vallei uit kijken wat ooit een meer was, enkel geledigd, zo vertellen de mythen, omdat Shiva met zijn degen de rotsen kliefde aan het zuiden, en werkelijk, hoe kon het minder waar zijn?
Ik kreeg mijn visa en maakte me nog die zelfde avond uit de voeten. In de bus, in de file, voor vijf uur, slapend op het dakrek. Eindeloze slierten gekleurde vrachtwagens langs de weg, en vrolijke lichtjes van binnen. Het werd fris en dus nam ik weer een stoel maar toen het licht werd ging ik snel weer naar boven om de schoonheid van de mist te aanschouwen die als een zachte deken in het dal hing onder ons en de scherpe kloven vol tuimelende rotsblokken in de groene wand aan onze linker hand. We bereikten de vlakten en reden door de bossen van Het Chitawan park tot we de grens bereikten. Daar regelde ik samen met een Israelische broeder een rickshaw en kruiste de frontier met India. Wonderbaarlijhk was het hoe, zodra we de poort onderdoorgelopen waren die; 'Welcome to India' las, de chaos begon waarvan ik bijna vergeten was dat die zo intens was, hier, in India. Staan in de bus, gepropt in de trein, kinderen vrouwen opgestapeld slapend in het gangpad, rochelende mannen tot zo'n extentie dat je gelooft dat ze het er om doen. Het was me iets te veel en dus dook ik de trein uit in Lucknow voor een tweedaags verpozen aldaar. Ook daar was het gekte, en hitte, maar tenminste had ik er een plek om me thuis te voelen, in een guest house met een waard van de indiase maffia die mij sterk aan een kruising tussen Elvis, Cry Baby en Donny Brasco deed denken, maar uiteindelijk erg vriendelijk bleek. Toen ik Lucknows rivier, grafmonumenten met extreme hoeveelheid heldergekleurde exuberante kroonluchters en wasghat voldoende in mij had opgenomen zette ik mij reis wederom voort naar het voorlopige keerpunt, Delhi. Ook dit voelde een wat als terug thuis komen maar dan meer alsof alles is omwonden met een suikerspin rag van vettige vingers en oud zweet. Weer bemachtigde ik een kamer in het afthanse hotelfenomeen Navrang en spendeerde de eerste twintig minuten in mijn kamer met het ontwaren van de talloze aandenkingen en rotstekeningen die vorige bewoners op de muren hadden achtergelaten zonder schaam of schroom. Delhi, in afwachting verblijf ik. Nu is het enkel nog een avond voor ik vermoedelijk mijn verwekster hier ga weerzien en het is een aparte ervaring. Ik voel me niet bijzonder, maar wel heel vredig bij de momenten van innerlijke weerspiegeling waar de middaghitte mij toe gemaard. Het is de ademhaling waar de hele binnenste galaxis omheen draait, en ik vind het heerlijk er steeds meer mee te versmelten en het te zien zoals het is. Laat al het andere maar voor wat het is. Ken je dat, dan ken je ook al het andere wat er omheen is opgebouwd. Het is zo simpel, het simpelste wat er is, maar steeds, maken wij, het zo moeilijk.... Namaste