vrijdag 1 mei 2009

25. Arunachala

So Wanda. Ja, wattabout'er? Ze heeft zichzelf aan de wilgen gehangen, met cosmische assistentie natuurlijk. Was dus enkele dagen in Agra, daar waar ook de Taj mahal staat, daar geen foto van want die kent iedereen toch al lang. Maar in plaats daar van een fijne voto van de ingewanden van een doorsnee indiase slaaptrein tweede klas, en dan ziet er er hier nog heel leeg uit, zeker iedereen alang er uit ofzo. Normaal gesproken zit het minstens twee keer zo vol en is het licht de helft van de tijd uit, als het tenminste werkt. Was dus in agra en ging daar door een fijne serie geestelijke stuggelingen die, toen ik er eenmaal doorheen was, me erg los en vrij achterlieten. Agra is een mooie stad, tenminste, het gedeelte rond de Taj met oosterse poorten rood ge-verft, overal winkeltjes en mensen met tulbanden en kamelen en reusachtige koeien, soms ook rood of blauw geverft, nog van het Holi feest, waar iedereen elkaar bekogelt met gekleurd poeder of water. Maargoed, na dus de deugden van mijn goeie mountainbike genoten te hebben probeerde ik deze om tien uur s'avonds in te checken in de trein waar ik mee hoopte te gaan naar het zuiden. Dit ging al niet vlekkeloos en na anderhalf uur proberen werd mij dan moeizaam een pariertje uitgereikt dat ze was ingecheckt, en of ik het slot er maar af wou halen; "Meneer, dat is een 8000 roepie fiets", (ongeveer een half jaar inkomen voor een Indier). Ze keken me onbegrijpend aan. "It's under Indian goverment responsibility", en daar had ik het maar mee te doen. Toen de trein anderhalf uur na geplande vertrektijd aan kwam rollen vermoede ik dus maar dat het goed zou komen.... Ja niet dus. Toen ik twee dagen later uit de trein stapte bleek uiteraard dat Wanda nooit was ingeladen. En ook na twee dagen wachten was ze er nog altijd niet. Ik wist dit. Toen ik op het peron in Agra zat te wachten kwam er een jongen langs die me, zoals ze dat hier zo goed kunnen, met een strak gezicht vroeg of ik hem mijn fiets wou geven. Nou is mijn eerste reactie in zo'n situatie meestal scepsis, maar dit keer kwam er heel sterk in mij op; "waarom niet"? Maar ik was toen nog in de ilussie dat ik het redelijke zou proberen Wanda op de trein te krijgen. Dat dit nooit was gebeurt was mij dan ook niet echt een verbazing maar in plaatst daar van liep ik in diepe rust en vrede met de situatie het platform af, om, tot nu toe, nooit meer iets van haar gezein te hebben. Gelukkig had mijn goeie zelf mij wel verzekerd mijn rugzak, die ik aanvankelijk in Delhi achter had gelaten, op te halen, vanuit Agra, en ook dat ik voor ik Wanda aan de instanties toevertrouwde (Vertrouw dus nooit iets dat garandeert van de Indiase regering afhankelijk te zijn) de essentiele zaken uit de fietstassen had gehaald, zodat ik nu redelijk ongedeerd, enkel een fiets, een zeiltje en vier mammager elastieken armer, verder kon. Twee nachten denderde de trein voort en een constante stroom vendors van elk mogenlijk soort bevolkte het gang pad. Chai, eten, water, ander eten, chips, komkommers met zout en chili, kranten, leer lezen boekjes in Engels en Hindi, bedenk het, weinig dat je niet al reidende op een indiase trein kunt vinden. Ik had gelukkig het bovenste van de drie bedden en kon mij dus enigsinds terugtrekken van deze rollende karavaan. Het landschap veranderde niet erg, huisjes, koeien en waterbuffels die in bruine plassen baden, hooibergen, oeroude trekkers die puffend het droge land onspitten, een blauwe lucht, heet tot stikheet, Acasia bomen met knal rode bloemen, een eindelze horizon. In de trein ontmoette ik ook een vrouw en haar dochter die ook opweg waren naar Bangalore om de Satsangs (soort spirituele speech/Q en A van een Guru) van een man genaamd Sri Sri Ravi Shankar (niet van de Beatles) bij te wonen, en nodigde mij ook uit te komen. Sinds ik toch enkele dagen in Bangalore wou blijven om het mogelijke komen van Wanda af te wachten toerde ik zo de volgende dag eens naar zijn Ashram, net buiten de heibel van de stad. Dat ziet er dus ongeveer zo uit, het is een tempel van alle reliegies, vrij voor allen, het is de Lotus tempel. ->
Er is ook nog een heel complex omheen met tuinen en hermitages en zo gezet in de glooiende bruine buiten heuvels van het plateau van Karnataka. Een heerlijke middag was ik daar en mediteerde op het bizar groene gras onder de bomen waar ook veel van zijn langbebaarde volgelingen de ronde deden. het was en vredig gebeuren en s'avonds kwam de man dan zelf tevoorschijn. Een zeer vriendelijk glimlach en een weid wit gewaad gezeten op een grote troon was hij daar. Hij danste een beetje toen hij kwam en draagt het innerlijk kind in zich, immer ongebonden. Voor een man en vrouw of twee drie duizend beantwoorde hij een tijd vragen van de aanwezigen in een wat dromerige stem en het geheel was een vredig gebeuren. Er was helaas geen plek om te slapen in de Ashram dus na veel bloemen, vegetaries eten en een avond van 'Joy', vleide in mij net even buiten de poort neer op het stekelige gras, bond mijn klamboe op die ik nog op het laatste moment van Wanda had gered, Dank U, en sliep vredig. De morgen zag mij terug reiden naar Bangalore en verder, nu naar beneden, de verstikkend hete vlaktes in van de oosterlijke Ghats van India's zuiden, het was Tamil Nadu. Ik proefde nu mijn eerste Dosa en Brijani maal en het was werkelijk alsof ik gematerialiseerd VUUR aan het eten was, men ze houden hier echt van pittig! Enfin, twee bussen later reden we door het donker mijn uiteindelijk doel te gemoed, zo lang geanticipeerd, nu bijna bereikt, maar man wat was het heet. Krijg ik uberhaubt nog lucht binnen of ademt mijn hele lichaam momenteel door mijn porieen? Bij de eerste stappen die ik zette op Thiruvannamalai's heilige grond wist ik het; Ik ben hier eerder geweest. "Ah, zo zien de muren van onze tempel er nu dus uit", "dit is was ze gedaan hebben met onze straat". Het voelde meteen als thuis, als herkenning, als een stukje van mij wat ik altijd gekend had maar pas nu gerealizeerd dat het er was. Verdaasd in de golven van energie vond ik een schoon en veilig bed, gooide alles af en beplensde mezelf met het niet al te koude water wat er uit de kraan stroomde (jawel, technologie), ging toen geheel nat op het bed onder de ventilator liggen, een poze die ik in de dagen daar op nog vele malen zou herhalen en die practiesch de enige menier was om mijn lichaamstemperatuur tot een enigzins acceptabel niveau terug te brengen. Het is daar dan ook een volle 39 graden in de schaduw en dit word s'avonds pas heel laat enige graadjes minder. Daarbij is het vochtig, stoffig en India, dus zeer full-on voor je zintuigen. Maar, het was Tiruvannamalai, what can I say? De eerste dag liep ik de tempel binnen, een zeer groot complex met meerdere muren, vijf immense torens, baden, beelden, Nandi's, pleinen en zalen, honderden jaren oud. Dit is de plek van verering van Shiva die, zo word gezegd, hier als een oneindige kolom vuur verscheen om een geschil tussen Bramha en Vishnu te beslissen, en uiteindelijk maar in een berg in veranderd om de mensen aan het voorval te herinneren, Arunachala. Die naam ken ik, ik weet het, hij is zo diep geworteld in mijn gehele zijn dat elke keer dat ik hem zeg en wel een beetje licht lijkt op te stijgen uit een andere, onderbewuste dimentie. Elke maand word en een gigantische fakkel bovenop be berg aangestoken met meer dan tweeduizend liter ghee erop.
Thiruvannamalai is ook de plaats van de Ashram van Sri Ramana Maharshi, die hier woonde en zijn verlichting realizeerde, waarna hij voor twintig jaar in een grot heeft gewoont, aan de voet van Arunachala. Er zijn ook nog enige andere ashrams van verlichte meesters maar zijne is ronduit het meest bezocht, vooral door veel buitenlanders. De stille Meester is reeds zestig jaar geleden heen gegaan maar zijn geest zweeft nog immer over de gronden. Ik was in totaal drie dagen in Thiruvannamalai, hoe ik me er ook thuis voelde, de hitte werd me echt te veel, en ik besloot op een later tijdstip terug te keren. Het is een ongeloofelijke plek, mannen lopen er in dhotti's, veel mensen en zelfs schoolkinderen lopen blootvoets. Of het is omdat ze geen schoenen hebben of omdat ze het hele gebied als een grote tempel beschouwen weet ik niet, maar het is ongeloofelijk. De aarde op deze heilige plaats bracht in mij een wonderlijke stilte en rust teweeg, een aanwezigheid die continu was en zelfs nog voortduurde toen ik al honderd kilometer verderop was. Een bewustzijn van het 'mij' in mij, als een spil waar het hele innerlijk universum omheen draait, dat overal mee heen beweegt en zo krachtig is. Ik ontsnapte naar het oosten, waar, zo vertelde mij de kaart, zich een groep heuvels bevond met daarop enige dorpjes die, zo dacht ik, me wellicht enige verkoeling zouden kunnen bieden. Dit bleek een gouden zet. Ik stuite op een verborgen juweel. Vanaf Coimbatore ging de bus ineens steil omhoog, door dicht beboste hellingen waar wolken boven dreven (een mede reiziger vroeg zich af of dat nou een wolk was, hij had er nog nooit een van zo dichtbij gezien). Almaar hoger en hoger stegen wij, en de lucht werd merkbaar koeler. Hoog boven de vlakte uitgestegen waren er ineens hele groene heuvelzijden bedekt met theeplantages overschaduwd door zilverachtige bomen. Er waren oude coloniale huizen en villas met rode dakpannen en geschilderd in een vaal vanille geel. De lucht die tegen m'n gezicht aan stroomde veroorzaakte waarachtig verfrissing, het was een wonder. Het was Coonoor waar ik uitstapte en mijn intrek nam in de Shri Laxmi tourist home net boven het dorp op de fluwelen heuvelzeide. Het climaat in deze 50 miljoen jaar oude bergen is een stuk aangenamer dan beneden en het heeft wel iets van een Hollandse zomer. Ik had dan ook helemaal geen haast weer af te dalen en spendeerde zo een volle week in Coonoor. Wandelde rond en prate met de mensen, ontdekte de geweldige markt en kwam tot de conclusie dat elk dorp dat een degelijke, ordentelijke markt heeft, wel een goed dorp moet zijn. Op een dag liep ik van Coonoor naar het nog hoger gelegen Ooty, grotendeels langs de spoorbaan die zich een weg snijd door rotsen en ecatiptus bossen. Die soms uitwijd in pitoresque witgeschilderde stationnetjes uit het begin van de vorige eeuw, waar seinen nog met de hand over gezet worden en een treinkaartje een werkelijk kaartje is van dik gekleurd karton dat dan geknipt kan worden door de statig uitziende conducteur. Ooty licht op zo'n 2300 meter en het is er dan ook vaak mistig en kil, en vangt alle regen die van de indische oceaan deze kant op komt waaien. Ideaal weer, dachten de Engelsen, net als thuis, en zodoende stichtte ze hier hun voornaamste heuvel onderkomen voor in de hete maanden. Vind het ook niet zo gek dat ze het niet uithielden daar beneden als je ziet wat die lui allemaal aanhadden. Ik was in een echte oude Engelse club, jachttrofeeen en openhaard en al, en daar hingen foto's van de eerste voorzitters. Overhemden, blazers, slobkousen en wollen pakken, ja zo kan ik het ook heet krijgen zeg. Ooty is tegenwoordig nou niet echt de meest aantrekkelijke plaats dus wandelde ik om het meertje aldaar tussen de hoge dikke sparren, doornbessen struiken en gras. Na een poos begon het lichtelijk te regenen maar het deerde mij niet en onder het gekras van onze vrienden van de nacht reciteerde ik vol passie wederom 'The Raven' en was in vervoering. Ik schuilde een poos bij een kleine tempel waar drie alleraardigste plichtgetrouwe meisjes mij dadelijk tika aanboden en we een heerlijk gesprek hadden in half engels. Ik continueerde mijn tour om het meer en zag de vissen dansen in de regen, terwijl kleine beige reigers het van de kant naukeurig administreerden. Verder ging het en langs oude hekken, badend in een bladderend blauw licht van de vergane glorie, een poort met ijzeren slangen gevrocht, een waker in een grijs uniform die mij streng nastaarde. Terug liep ik langs de rails tot het duister mij overviel. De laatste trein had mij reedst gepasseerd en nu wist ik dat mijn enige hoop nog op de bus ruste. Deze vond ik, vanaf Lovedale en voerde mij rap naar onder. Het kind dat ik ben tuurde uit het open raam om te aanschowen de nevelen die zich nu rusten lietten in de lage dalen waar de eerste lampen reeds ontstoken waren. Gelukkig bereikte ik weder mijn bed en laken, enkel om te ontwaken, aan het groene morgen schemer. Na een week zoeken en ontdekken, het niet vinden van dat wat ik zocht, maar veel vinden waar ik niet om gevraagd had, zette ik de reis voort naar Kotagiri, een mogelijk nog kleinen gehucht een kleine dertien mijl verder langs de gebroken straatweg. Te voet legde ik de eerste eerlijke tien kilometer af tot mijn knieen begonnen te klagen. Door groenen thee plantages liep ik stellig, huizen oud en bomen bossen diep en donker passerde ik, om dan af te dalen in een vruchtbare vallei zo schoon en speels dat het men het wel bijna voor een verborgen eden moest beschouwen. Maar het was Kotagiri nog niet, en dus nam ik de bus. Kotagiri, een kluster huizen rond een busstation en enkele kerken en tv masten trok mij niet al te zeer aan en zodoende was ik aanvankelijk niet van plan hier lang te verpozen. Met die reden was het dat ik, nietsvermoedend de volgende morgen weer mijn rugzek oppakte om eens een bus te gaan zoekken, enkel om deze, een klein uur later, weer op exact de zelfde plaats te herplanten. Het geval was, dat het op die dag exact een jaar was dat ik mijn huis en haard verlaten had. 27 april vorig jaar trok ik daar ik het ochtendgloren de deur achter mij dicht en richtte mijn neus voorwaarts, blik op oneindig. Zodoende speelde het universum nu weer op mijn zinnen. Er was een staking, vanwege de oorlog in Sri Lanka, een heleboel bussen daar, maar geen die er ook maar over dacht ergens heen te gaan dan de meest nabije dorpen. Een ogenblik twijfelend of ik dan maar, net als een jaar voorheen zou lopen, of een andere optie zou kiezen, dreef ik wat rond over het plein en vond daar ineens een flyer in het engels met een vriendelijk ogende guru met een onvergetelijke Sinterklaas baard. Nu had ik de poster van deze wijze al overal en nergens zien hangen, maar het was tot nu toe telkens in het Tamil geweest en dus voor mij enkel plaatjes staarderij. Nu echter kon ik in het Engels de betekenis van al de krullende tekens ontwaren en, mijn interesse gewekt, belde het eerste van de vier nummers achterop het bulletin.
Een man antwoorde mij en zei dat hij zelfs in een deca minuut ter plaats zou zijn. Nou geloof in niet echt meer in toeval, dus rustte hem rustig af. Hij verscheen in een glimmende Tata wagen en lestte mijn nieuwschierigheid omtrent deze mysterieuze heilige. Zo kwam het dat, na nog twee etmalen in Kotagiri, het gebeurde dat in een laag haveloos locaaltje in een middelbare shool ergens op en heuvelzeide ganaamd Riverside, ik de rivier in dook, besloot een einde te maken aan mijn tweifels, tenminste voor deze week en mij inschreef voor zijn zevendaagse cursus en inweiding in een yogatechniek genaamd de Shambhavi Maha Mudra. Het is een serie houdingen en dergelijke die samen tot een serene staat van zijn leiden. Het was een klasje van zes en na een stuk video waarin de meester zelf vertelde over het een en ander werd het verder gepersonalificiceerd door een van zijn volgelingen, in oranje en wit. Zo ging het elke dag, liep ik door de thee naar de school, leerde nieuwe dingen en mocht luisteren naar de oneindige weisheid van Sadhguru. Hij is echt een zeer charismatische leraar, vol humor, maar ook vol direct inzicht. Zo wijs, zo'n intelgent wezen, alles wat hij zegt stroomt er zo direct uit, geen moment heeft hij nodig om na te denken, geen euh of overbodige pauze is er in zijn verhandelingen. Het bewijst hoe hij constant in contact staat met de bron, hoe het voor hem geen weet is maar waarheid. Hij leert ons het moment te accepteren zoals het is, in het nu te staan en nu actief te kiezen over hoe je je wilt voelen. Hij leert ons hoe onze connectie oneindig is, hoe we met alles in het universum in contact staan. Vandaag had hij het en hele tijd over het onderbewuste en hoe Gautama Buddha al heeft gezegd dat het universum enkel uit sub-atomaire deeltjes bestaat die constant in en uit het bestaan springen zodat eigenlijk onze hele wereld een illusie is. Daarnaast is er in deze hele Velangiri bergen een dertig dagen durend festival aan de gang ter ere van de regengodin Maryama en dat betekent elke avond rithmisch getrommel, optochten met karren versierd met een overdaad aan bloemen lichtjes en kleur, en algehele vrolijkheid. Op het dak van mijn hotel zit ik s'avonds bij zonsondergang en zie de rode ster achter de groen grijze bergen verdwijnen, de vrre bomen zwart afgetekend tegen de lila lucht en de rust die wederkeert over de dalen. Ook heerst er verkiezings gekte wat inhoud dat de hele stad geteroriseerd word door jeeps met speakers op het dak die urenlang op een hoog opgewonden toon een stroom van onvrede spuien zonder twijfel vol voorden van 'Verandering', ja, Verandering van hun inkomen ja, stelletje lapzwansen. Gisteren deden we eerst spelletjes bij zonsopgang en daarna hadden we een hele dag in een luxueus centrum hier waarin we geeinicieerd werden en nog veel meer van zijn inzicht tehoren kregen. Ik weet niet of de techniek zelf het helemaal voor mij is, maar het is in elk geval een hele stap voorwaarts geweest mezelf voor een week ergens vast te zetten en is het heel leerzaam om met de dingen waar hij het over heeft te expirimenteren en te leven, zover ik dat nog niet deed. Het is een ding dit alles in een boek te lezen, het is heel wat anders het te ondervinden en zelf gevraagd te worden wat jij dan vind, door een verlicht meester. Is hij dan mijn Guru? Aleen de tijd zal dat bewijzen. Morgen is de laatste dag van de cursus en mischien dat ik dan wel even een kijkje ga nemen in de Ashram waar hij soms huist, nog een plek waar alle religies samenvloeien en naamloos worden in het Isha Yoga centrum. Waar we het allen over het zelfde hebben en er enkel acceptatie is. We zien wel, voor nu geniet ik van de regen en de rust, van de hagel die hier net uit de wolken kwam vallen en mijn blote voeten op de bruine straat.