
Ookal was de markt van Bamako nog zo geweldig en uitbundig, een plek waar je je dagen lang in zou kunnen verliezen, het zweet en het vuile stof dreven mij na enige dagen noordwaards over de Niger rivier, een eindeloze bewegende massa water overspannen door een stalen lint waarover een constante stroom bewegend ijzer en blik zich in beiden richtingen spoed. We reden in de bus, Ja de bus, wat een heerlijkheid na al de rijdende wrakken van mercedes busjes in Senegal. Grote ronde wielen, echte vering en zelfs stoelen met plaatsaanduiding, ookal werd daar uiteraard geen aandacht aan geschonken. We reden uit de lage tropen weder de savanne in waar de bomen lijken te knielen onder de verbiddende hitte van boven. Ik kwam aan in een groot dorp aan de rivier en ruste daar voor twee etmaal. Het water tranquiel voort gaand onder het licht van de ondergaande zon. Zo zat ik aan de oever en zag regenwolken door de hemel zeilen en hun prijsloze gaven uitstorten over het dorstigge land in grijze gordijnen met een eindeloze diversiteid aan kleur. Van mottig grijs naar my little pony lila doorvoerend naar faal oranje en transformerend in een andere zone tot een wild donker wit. Woeste flarden wolk wierpen zich ten hemel en zo weerkaatsten de gouden stralen van onze ster op het licht golvende glijdende water om door mijn oog op mijn ziel te landen. Ik sliep in het huis van een nieuw gemaakte vriend op het krakkemikkige oma bed maar het was een welkom thuis. Naar Djenne voerde nu de reis en ik arriveerde er bij het opruimen van de weekmarkt. Het kabaal en gehustel wegstervend nu de kooplui hun waar in bundels pakten en de stad weder verlieten in een lange stoet van ezelkarren en koelies, slechts hun voetstappen nalatend als aandenken. Hier stond ik nu, oog in oog met het grootste modderhuis ter wereld, toevellig gebouwd voor Allah, en nu een wereld monument. De hele stad is uit modder opgetrokken en geen modern huis is er te vinden. Alle straten zijn nog als in de dagen waar dit gehucht haar oorsprong vond en het riool is het midden van de steeg. Kinderen jagen geiten na met stokken door het afval en kikkers zingen elke nacht hun kwakend lied in de wateren die het dorp omzoomen. Deze plek is reeds sinds de oude dagen een plek van islamitiesche leer en het is er dan ook vol koran scholen die hun leerlingen overdag de straat op sturen om in de naam van de profeet te bedelen voor eten en geld, en als ze niet genoeg ophalen wacht hen savonds de stok die de rechtvaardigheid van Allah nog eens duidenlijk zal uitleggen. Het zijn vaak de laatste kinderen van de arme famillies die hier terecht komen van heinde en verre en zij gaan immer gekleed in lompen, dan brengen ze meer op. Wederom ving ik in Djenne malaria met een kombinatie van ook nog Typhoid koort in de mix. Zo was ik dus weer drie dagen aan mijn plakkerigge bed gebakken terwijn de uitbater van het guesthouse zijn toilet herbouwde wat door het vele gebruik van water door de toebabs van het huis aan het wegbreken was, een waar gezicht. Ik overkwam wederom de bloedparasiet die aan mijn rode bloedlichaampjes knaagde en vluchte naar Mopti omdat er in Djenne eigenlijk niets te eten te vinden was omdat iedereen treditioneel thuis eet, zeker in de Rammadan, die nu is. Mopti is niet om over naar huis te schrijven behalve dan het feit dat ik er resideerde in een hotel MET zwembad voor het eerst in al mijn reizen! Nou dat was wel echt brilliant ookal ben je met vier slagen aan de overkant, het water is goddelijk en ik betrad het minstens twee maal per dag.

Mopti is de toegangspoort tot het Dogon land en na drie dagen luieren en beter worden stuurde ik aan op deze magische plaats. Interresant genoeg ontmoette ik op weg naar de bus plaats een zogenaamde gids die zowaar een vriend van mij leide die ik had leren kennen in Bamako, Japanse Deisuke. We besloten samen aan dit avontuur deel te nemen en zo reden we die avond in de minicar richting de vlakte. We sliepen net zoals de vele volgende avonden op het platte dak van een modder huis onder een kunstig opgebonden klamboe en zo was het begin van deze trek een feit. In de morgen pakten we het essentieelste van onze zaken in een rugzak die onze gids, David zou gaan dragen en reden al gouw in een jeep over de weg die mij het gevoel gaf van een ware achtbaan rit. Over stenen heuvels, door diep gegroefde beken en zoevend langs wonderbaarlijk ogende lieden met grote ronde hoeden en lange kleurigge gewaden die ons minstens even vreemd aankeken als wij hen. We kwamen aan in Sanga en liepen vanaf daar door de millet velden tot de rand van De klif. Deze stenen richel in enkele honderden meters hoog en strekt zich voor zoon honderdvijftig kilometer uit langs de rand van de woestijn. Het is een natuurlijk wonder wat al lange tijd mensen heeft aangetrokken om haar vele natuurlijke rijkdommen.

In de rotsen woonden eerst de Tel mensen of de Tellem die hun huizen op de meest ongeloofenlijk en ontoegankelijke richels en kloven bouwden waarvan de meeste nu niet eens toegankelijk meer zijn. Een waar spel met de zwaartekracht lijkt het hoe zij al hun voorraden, bouwmaterialen en zichzelf tientallen meters omhoog hesen aan touwen gemaakt van baobab bast of de rotsen beklommen door middel van trappen en ladders van kunstig in de rotsen verankerde takken bestapeld met platte stenen. Toen was er het Dogon volk dat waarschiijnlijk de nu uitgestorven Tellem de rotsen op gedreven heeft die hun huizen en opslag silos bouwden op de lagere maar nogsteeds erg hoge gewelven onderaan de klif waar de rotsen een natuurlijk dak bieden aan hun huizen van modder en stro. En dan zijn er de Peul, die in de savanne achtigge woestijn leven in hun kleine ronde koepel hutjes en die hun vee over de vlakte drijven tot waar de horizon over de rand van de aarde buigt. Eens was dit alles een weelderig regenwoud en het is soms nog even te voelen in de smallere kloven en valleien waar fel rode vogeltjes, libellen en bavianen een verscholen bestaan voeren tenmidden van watervallen en bossen ondoordringbare lianen. Het ware aangezicht van deze plek kan alleen in eigen persoon ervaren worden maar het is zoon onvergetenlijk ervaring dat ik het iedereen ten sterkste kan aanraden hiernaartoe af te reizen om deze plek te zien voor dat er stroom komt en er een weg word aangelegd. Goed, we daalden dus af van de klif om in Banani onze eerste nacht door te brengen in het huis van een Dogon familie. Ons eten was simpel, elke dag het zelfde, rijst met saus of pasta met dezelfde saus, maar het mocht ons niet deren. In de morgen liepen we, in de middag schuilden we voor de hitte en in de namiddag trokken we weer verder. In Banani gingen we voor het eerst omhoog tot in de schaduw van de klif en klouterden rond door deze verlaten stad vol mat de levende resten van een vergane beschaving van niet zo lang geleden. Potten en stukken blauwe handgeweven stof lagen overal verspreid, ik vond een bosje houten sleutels voor hun prachtigge besneden houten deuren en sloten en ergens aan een muur hungen nog twee bespannen trommels, achtergelaten alsof de eigenaar ze nog zo zou kunnen komen ophalen. Al de verlaten steden hier zijn absoluut geen ruines maar staande ramen naar de dagen van weleer en een inzicht in het leven van een zeer uitgebreide cultuur. Verderop wat een plek waar een stroom van ver boven op de rotsen zich naar beneden storrte om enkele honderden meters lager in een mist van druppels neer te komen als een tropische regen in het kwadraat. Wij gingen er onder en ervoeren de bijna te harde douche als zeer enerverend tenmidden van reusachtigge vingerdikke DMT duizendpoten. Elke dag trokken we verder en steeds was daar de rots met bij elk dorp vele rotswoningen om te ontdekken en de dorpen zelf waren een ervaring opzich. Er is geen stroom dus savonds is alles rustig en donker en drinken mensen thee en socializeren. Er is geen weg dus het leven is zeer geisoleerd. Er is geen winkel dus mensen produceren prakties alles zelf, eten hun millet pap en drinken hun millet bier. Oogsten hun pindas en mais met de hand en stampen alles in de grote houten vijzel met soms wel vier vrouwen met stampers te gelijk met twee handen, nou dat is een geweld.

We liepen dan weer door de hoge groene millet velden, dan door bossige vlakten over zanderigge paadjes, staken beken over en ontmoette slechts af en toe een enkele ezel drijver of een jongetje gezeten op een gigantische os wat altijd gepaard gaat met de uitgebrijde traditionele begroetingen die heen en weer gekaatst worden als een spelletje tafeltennis. Na vier dagen samen met onze gids nam ik afscheid van hem en van Deisuke die naar Timboektoe ging niet geheel zonder frictie omdat onze gids ons op het laatst gewoon achterliet en over het geheel een belabberde gids was geweest, wat uitmonde in doodsbedreigingen en veel ander geweld en gescheld van zijn kant en een beetje van het mijne en als effect had dat in mijn route lichtelijk aanpaste en het hazenpad koos wat mij wederom van de klif afleide die we in de morgen beklommen hadden, maar nu door het wild. Daar liep ik over de grassige rotsen op zoek naar mijn uitgang, daar stond ik in de wind en het licht scheen in mijn ogen en zo vond in mijn destiny. Een visioen van een jaar geleden was daar ineens, het was aangepast, maar dat is nou juist waar het om gaat. Laat al wat je denkt los en zie de essentie, ben en leef, Adem.... Nou mijn dag kon niet meer stuk en ik vond de duivels trap die mij loodrecht naar beneden voerde en waar ik vele lieden van onder tegenkwam beladen met manden vol millet en andere waar die zij op hun hoofd balanceerden terwijl zij door spleten klommen en over plateaus schuifelden opweg naar de markt. Nu begreep ik beter hoe de tellem gleefd moeten hebben en ook kon ik mij nu veel beter inbeelden hoe de ringdragers zich voelden op de trappen van Cirith Ungol. Vier dagen liep ik alleen en het was heerlijk, over de duinen, door de wouden, over de rotsen en stromen, naar de mooiste waterval die ik in tijden heb aanschouwd. Overal was water en groen en het spoot van de rotsen in een hemelsblauwe poel tenmidden van lianen en richels waarover gouden slangen kropen. Ik ontmoette een oude jager in zijn huis en we dronken samen creme de millet en ik speelde het kuiltjes spel bij mij bekend als Bantumi met een van zijn kinderen en het was fanatisch. Het bord was oeroud, vol mysterieuze gaten waar op elk moment stenen in konden verdwijnen als naar een andere dimentie. Het was prachtig besneden met wilde figuren van mannen en vrouwen en kronkelende slangen en we spaalden ookal waren de regels voor mij een enigma, wat het geheel mij het gevoel gaf van Jumanji en dat was het ook. Ik liep en kwam in schoon ende waar ik sliep in een huis beschilderd met talloze oude figuren in rood, wit, zwart en geel op een aarden kanvas. Die avond was er de regen en het nootweer sloeg herhaaldelijk in de klif en lichtte de ganse hemer zo hel paars dat het te krachtig was voor de ogen. Nieuw gevormde watervallen storten zich van de klif over de ruines en alle straten waren rivieren. Maar, in de morgen was alles schoon en iedereen gelukkig omdat nu de gewassen tot volgroeing konden komen en pindas werden geoogst. Verder ging het, nu wadend door de gezwollen aderen van moeder aarde telkens de klif aan de rechter hand, vol van de tekenen van het oude leven. Ik kwam aan in Teli, de grootste stad van allen en een unesco WHS, en het aangezicht was waarlijk indrukwekkend. Over de gehele breete van de klif was hier gebouwd in meerdere rijen achter en bovenop elkaar. Honderden vierkande silos of granaries versierden het gelijkkleurigge steen en daarboven stonden nogaldoor de ronde potachtigge silos van de tellen en hon verscholen woonsteden. Ik klom omhoog door de wilde bloeiende tabaksplanten en voelde nu ineens, op een hoge alkoof staand, waarom deze lieden een zo moeilijke plaats hadden gekozen voor hun stad. De veiligheid van de rots in je rug, boven je en onder je voeten die je als het ware omhelst terwijl je toch

een open uitzicht hebt over de verre en nabije landen maakt een ieder zich voelen als een koning op zijn troon. Helaas is het dezer dagen ten prooi gevallen aan conservateurs en entepreneurs en dus werd ik door de hoofdman van het dorp terug gefloten omdat ik geen gids bij mij had en na een heftigge discussie met ongeveer het halve dorp in het traditionele mannenhuis werd ik geboden een kip te betalen om te offeren en dan op te eten om zo het geschil te bekwijten. Ik bood mijn exuses aan aan de pijp rokende oude en zo was alles weer vergeven en vergeten. Ik russte voor een laatste maal op het platte dak onder de vreemde sterren en de volle maan en reed in de morgen met een 4x4 chaufeur mee terug naar Bandiagara. En zo eindigde mijn Dogon avontuur, wat een plek, het is De meest traditionele plek waar ik ooit geweest ben. Missen zal ik het, maar het zal voor de rest van mijn dagen rusten in een plaats diep in mijn hart.