
En toen nam ik de trein naar Granada. De nacht trein met een echte coupe met gesteven lakengoed en drie echte Spaanse Senores. We boemelden de mooie en minder mooie buitenwijken van De hoofdstad van Cataluna uit en werden al snel ingehaald door het avond rood. Ik sliep de hele nacht zoet en ontwaakte in de eindeloze zee van olijfbomen, de oneindige rijen die het binnenland van het spaanse zuiden bevolken, eigenlijk een triest gezicht als men weet dat er gezegd word dat ooit een eerhoorn van Barcelona tot Almeria kon gaan door de oude eikenbossen zonder ook maar een keer de grond te hoeven raken. Ik bleef die dag reizen tot ik voor mij het wit van de big lodge zag opdoemen in Beneficio. Deze wonderlijke plek, die ik nu reeds twee jaar geleden voor het eerst aan gedaan had, leek mij de beste plek om tot rust te komen en mijn enkel te laten genezen. Nou en tot rust komen lukte zeker, en na vele luie dagen bij de schoone bron aldaar, en de heilzame stemmen van de vele vogels, was ook de pijn die mij tergde als sneeuw voor de zon verdwenen. Eerst sliep ik daar in de Big lodge, een aftanse tipi vol smoezeligge kussens en hippy relekwieen waar soms, als iemand zich geroepen voelt, gekookt word, als er eten is. Later, toen ik Alex ontmoet had, een stoere americaanse no issues chick, verplaatste we naar Casa Maya, waar we uit warmte overwegingen bij gebrek aan dekens en ruimte gebrek een 1 persoons matras deelden dat geloof ik meer gasten had gezien, en jaren, dan er zandkorrels in lagen, en dat waren er veel, geloof me. Casa maya staat half op instorten, en is een ouderwets Andaluciaans huis, geel, van dik steen, en donker dus redelijk koel. En in de prachtigge idillische atmospheer van deze alliantie van vrije vogels baade ik, ook elke dag in het heerlijke heldere bron water, de schaduw, de makkelijkheid van het leven, de vijgen bladeren en de vliegen. Ik leerde ook 3 Californians kennen, Jesse, Morgan en Biscquit die hun eigen kamp hadden gekraakt aan de rivier. En twee dagen later zijn we met z'n vijven de berg op gegaan met een sterretje op en beleefden onbeschrijfelijke avonturen, dat ga ik dus niet proberen, als je er meer over wilt horen vraag er dan maar naar als ik terug ben. Jesse en ik presteerden het iig om met zons ondergang op blote voeten, hij met een puppie in z'n armen op een rotsigge klif te stranden zo steil dat omkeren de enige optie was, om vervolgens te ondekken dat we waren omsingeld door de meest venijnigge braamen en prik bosjes. Hoe dan ook we hebben op een of andere manier een weg eruit gevonden en zo kwam alles toch weer bijna goed. Ik zat een tijd alleen onder de sterren en mediteerde er op los, dat was fijn. Toen Alex en de rest die week vertrokken, voelde ook ik het weer borrelen en zo doende trok ik zes dagen later, op de tiende dag van de tien slang wavespell de bergen in, om te vinden wat niet gezocht kan worden maar alleen gevonden. Drie nachten sliep ik op de berg, op een paradijselijk plek die ik eerder tijdens een wandeling gezien had vanaf hoog er boven, toen ik zat op een uitstekende rotspunt die een wijdse blik verschafte over de hele vallei, en verder. De vage contouren van de Sierra Nevada kon je er zien en daar achter de zee, en nog verder, ja, hoe sterk het ook klinkt, maar ik dacht ver ver aan de horizon Africa te kunnen zien liggen, als een flinterdunne witte streep, die nu naar mij wenkte, om mij in te halen in haar eindeloze zeeen van zand en groen.
De laatste dag kwam ook de herder langs deze plek met zijn kudde, honderden geiten en reusachtigge bokken dwaalden door het dal en zo ook weer weg over de heuvel met hun herder, ja, hier in de zuiderlijke lander leeft hij nog, en trekt Santiago nog elke dag door de smalle strook van leven die hemel en rotsbodem schijd. Vanaf mijn slaapplek onder de ratel populier op het wilde gras waar ik mijn vuurtje stookte liep ik de bergen uit, wilde landen waren het soms maar verloren paden tredend kwam ik al lager en lager. Langs een groots stuwmeer liep ik en toen, na de siesta in een witgeschilderd dorp, door een gigantische canyon, waar duidelijk ooit een krachtigge rivier haar weg doorheen geslagen had, de rivier die nu, door de vele irrigatie, was geslonken tot een kleine stroom, eenzaam in haar veel te grote bedding. Maar de canyon was er niet minder om, ongeloofenlijk hoe mooi, loodrechte rotswanden honderden meters hoog, rood en oranje, verlaten haciendas en wuivende Ecualiptus bomen sierden de trans. Ik liep er door en was ontroerd, ik liep langs de grote weg, en zo stroomde ik samen met de vele vakantiegangers over deze zwarte rivier het strand op, la playa, costa del sol.
En oh hoe lekker was het heldere water, en hoe mooi de kiezels onder mijn voet. Daar sliep ik die avond, als een aangespoelde vondeling maar niet verloren, oh nee, Nu was Africa werkelijk in aantocht. Ik sliep heerlijk en met de dagenraad vond ik mij opweg in de bus naar de punt van Europa, waar ik nog voor het avondmaal, stel dat ik dat had gehad, aankwam. En evenzosnel zat ik op de pont en zag ik Europa achter ons verdwijnen, een steeds kleiner wordende droom zo leek het. Alles word op zo'n moment gevat in een grijpbaar perspectief, en zo kan je beginnen aan de verwerking van wat er is gebeurt, in mijn geval sinds ik voor de laatste keer voet zette aan land van dat continent. Na een klein uur raakte mijn twee verschillende beslipperde voeten voor het eerst de grond van ons oer continent, de geboorte gronden, en de frontier van de wildernis. Zodra we aan land kwamen voelde ik het, snoof de verzadigde lucht op, de stoffige hitte, zag de gezichten van de mensen veranderen, en dook head first in de bewegende menigte van straat chaos, verschillende maten rammalande taxis, krakkemikkige bussen en marskramers met van alles te koop op elke straathoek en er tussen.

Hier, Marokko, zo veel marrokanen ken ik en nu ben ik in hun land. Ik vind het wonderbaarlijk. De eerste Africaanse bus inclusief wiebelende stoelen en verotte bedrading voerde mij door, oh beschrijf mijn verwondering, het groene bossige binnenland. Ik ben nu in Chef Chaouwen, de blauwe stad en werkenlijk ALLES is blauw, inclusief gedeeltes van de straat, de bloempotten en ik binnenkort ook geloof ik, het geeft af. Ik ben als een gek begonnen Arabisch te leren en ken nu al iets van tien woorden met een gemiddelde van twee a drie nieuwe per dag.
Ik heb meteen vrienden gemaakt met twee locale boys nl. Oussama en Yousef die mij het hele grote dorp hebben helpen verkennen. Dit is de hemel als je houd van kleine bochtigge steegjes, steile trappetjes vol straat katten en goddelijke doorkijkjes in helblauwe mini hofjes met spelende kinderen. Vrouwen wassen de kleren direct aan de rivier die ontspringt uit de rotsen en de grootste ondergrondse rivier in Africa schijnt te zijn, het is inderdaad een hoop water. Ik geniet elke stap van deze stad uit duizend en een nacht die tot laat in de avond bruist met leven, waar kleine winkeltjes propvol allerlei elke straat flankeren, ezels en geiten gewoner zijn dan motors en autos en waar de imam vijf maal per dag zijn klagelijke roep uit tot gebed door brakke luidsprekers. Voor nu wens ik ieder het beste en Rahima khalla.