Terug in mopti, de bewoonde wereld, vol lawaai en uitlaatgassen, mensen en chaos, maar ook het zwembad van Hotel ya-pa-de-probleme, varierend eten en De boot. De boot is een varend dorp, totaal overbeladen met koeien, geiten sinnasappels, tomaten, autos, haarelastiekjes, plastic spiegeltjes met my little pony frames, kolanoten en dan niet te vergeten nog eens een stuk of tweehonderd man die constant van boven naar beneden willen en weer terug, klauterend over alle zakken en kisten en mensen die drie dagen lang in de gangpaden picknicken inclusief half hun huisraad om te overleven, gegarandeerd een stel koters die al dan niet naakt over de beschimpte donkergrijze grond rondkruipen en steeds alles in hun mond proberen te stoppen, de railing, een verlebberde sinnasappel schil, plastic zakken, verzin het, het gaat er in. Zou het mischien iets te maken kunnen hebben met hongersnood of permanente ondervoeding? Zo goed als alle kinderen lijden er hier aan en het is schrijnend te zien hoe ze met hun te bolle buikjes de straten af schromen om te bedelen voor een lepel rijst.De boot was dus oervol ookal scheen dat de bootslui de gewoonste zaak van de wereld toe en elke keer dat we stopten bij een dorpje ging er nog meer spul aan boord over de smalle houten loopplank. Al dit goed was bestemd voor een stad waar practiesch niets geproduceerd word behalve schapen en misschien zand, Timboektu. Het duurde drie dagen en twee nachten en ik had gekozen voor de vierde klas, wat inhield vechten voor een plekje op het dek tussen de mammas en kinderen en natuurlijk hun bergen zooi, koolstoofjes, en de plastic water ketel die standaard huisraad is in elk moslim gezin en die je overal voor de deuren van huizen, en op welk andere plek je ook maar kan bedenken tegenkomt, en die ze gebruiken om zich te wassen voor het bidden, en om te drinken, en wat nog meer. Het bidden van de vrouwen aan boord was apart. Volgens de Koran moeten vrouwen degenlijk gekleed gaan, maar hoe dat dan precies is word niet gespecificeerd, zover ik weet. Het had aan boord in ieder geval het effect dat bij de tijden van het Salat ze het eerste de beste stuk stof dat in de buurt lag over hun hoofd trokken, hun ding deden, en zich dan weer snel ontdeden van dit overbodige warme kledingsstuk, als je er voor Allah maar goed uitziet toch?.
De boot dobberde voort, de Niger af langs een eindelooze uitgestrektheid van drooge witte horizon. Niet bepaald een erg varierend landschap behalve dat het steeds kaler en droger werd. Ik was dan ook niet treurig toen we in de namiddag de kade raakte van Kabara waar een menigte betulbande mensen ons warm (hoe kon het ook anders) onthaalde. Samen met de andere vijf toebabs van de boot werden we in een hotsebotsende jeep naat timboektu gerede, een paar kilometer verderop.
Hier is het dan, het einde van de wereld, een gek die zich hier zou vestigen en toch wonen hier duizenden mensen, bivakerend in het zand, levend van de droogte, een overblijfsel uit tijden dat deze contrijen nog groenen en levensvatbaarder waren. Toepasselijk genoeg werden we begroet door de woestijn met een sweepende zandstorm die ons alle zicht benam maar toch kwamen we aan in een veiligge haven en die avond regende het in Timbouktu, en de aarde ademde. Het was bijna onafhankelijkheids dag in Mali en de avond voor dit gebeuren paradeerde een colone soldaten en ander gespuis rond door de stad in een anarchistiesche bende van knallende motors, illigaal vuurwerk en zoveel mogenlijk herrie dat werd gaden geslagen door een opgehitste menigte. Vreemd genoeg waren er tijdens dit gebeuren geen enkele toeareg te bespeuren. voor een volk dat onderdrukt word door de zuiderlingen is deze dag er zeker geen om te vieren.
Hier is het dan, het einde van de wereld, een gek die zich hier zou vestigen en toch wonen hier duizenden mensen, bivakerend in het zand, levend van de droogte, een overblijfsel uit tijden dat deze contrijen nog groenen en levensvatbaarder waren. Toepasselijk genoeg werden we begroet door de woestijn met een sweepende zandstorm die ons alle zicht benam maar toch kwamen we aan in een veiligge haven en die avond regende het in Timbouktu, en de aarde ademde. Het was bijna onafhankelijkheids dag in Mali en de avond voor dit gebeuren paradeerde een colone soldaten en ander gespuis rond door de stad in een anarchistiesche bende van knallende motors, illigaal vuurwerk en zoveel mogenlijk herrie dat werd gaden geslagen door een opgehitste menigte. Vreemd genoeg waren er tijdens dit gebeuren geen enkele toeareg te bespeuren. voor een volk dat onderdrukt word door de zuiderlingen is deze dag er zeker geen om te vieren.De volgende dag was het eigenlijk dodenlijk rustig in Tombouktu en ik dwaalde door de vergeelde straten vol stof en bergen zand, door de achterbuurten waar amper ooit een auto komt en men op de straat leeft tussen de ezeltjes in de schaduw van een ongelukkige boom.
Ik kocht een tros bananen en deelde die uit aan wat kinderen aldaar, en uit alle richtingen kwamen ze aangesneld en uiteraard was er nooit genoeg. Zoveel kinderen als hier zijn, meer dan volwassenen volgens Unicef en er is een levensverwachting van 45. Het is daar vol toearegs en je kan ze savons hun mysterieuze taal horen spreken, het tamashek, terwijl ze in hun wijde gewaden in het zand voor hun tenten zitten terwijl het thee ritueel zich zoals vanouds ontrold. Zo veel kleurigge tulbanden en prachtigge kleurcombinaties zie je hier, ze verblinden de straat als ze langs wapperen in hun turqoise hoofdband met ochere yellabah, donker groen gewaad, de kleur van islam, met een diep zwarte of donkerblauwe tulband, of gewoon stralend wit met rijke gouden borduursels op borst en rug. Het is een genot om te zien en zo statig zijn ze. Zo liep ik door Timbouktu en wandelde de markt binnen, een hooge zaal waar van boven door smalle spleten banen zilver licht neerdaalden op de kooplui ver daaronder. Dadels uit Algarije, zouttabletten uit de opgedroogde zeeen van de Sahara, aangevoerd op de goedhartigge ruggen van de Africaanse Dromedaris, Niet kameel. Gedroogd vlees en vele andere zaken uit alle windrichtingen aangevoerd om hier van hand te wisselen met de behoeftigge mansen van het zand.
Een namiddag starte ik vanaf mijn hotel richting de zonsondergang en liep een uur of wat over de duinen en de verdroogde modder. steeds minder dieren sporen kruiste mijn pad en uiteindelijk streek in neer op een hoge kale duin die uitzicht gaf over het omlichende verbiddende landschap. Hier leven slechts mieren en vliegen, grote zwarte torren die zich constant proberen in te graven en dan toch, toch leven daar weer mensen, ik kon ze niet zien maar ik hoorde hun kinderen in de avond schaduw toen hun heldere kreten tot mijn oor vloeiden in de stilte van de woestijn.
Een namiddag starte ik vanaf mijn hotel richting de zonsondergang en liep een uur of wat over de duinen en de verdroogde modder. steeds minder dieren sporen kruiste mijn pad en uiteindelijk streek in neer op een hoge kale duin die uitzicht gaf over het omlichende verbiddende landschap. Hier leven slechts mieren en vliegen, grote zwarte torren die zich constant proberen in te graven en dan toch, toch leven daar weer mensen, ik kon ze niet zien maar ik hoorde hun kinderen in de avond schaduw toen hun heldere kreten tot mijn oor vloeiden in de stilte van de woestijn.Ik bleef niet langer dan dat ik nodig had om de atmospheer van Timboektu op te sponzen en trok toen verder naar het oosten, naar de oude citadel die Gao is. Gao is een soort Toeareg hoofdstad en letterlijk elke man draagt er zijn traditionele gawaad, al ie toeareg is tenminste. Het is een uitgestrekt gebeuren en er is geen vervoer, het is alles lopen door de verzengende hitte en de lucht die vol is van het droge stof, opgezweept door een minimaal aantal wielen. Er is in gao zo wijnig auto verkeer dat je gewoon midden op straat kan lopen zonder vrees, sechts een groot aantal tweewielers geven het leven hier enigzins was snelheid maar verder is het een badaard gebeuren. Verder ging het langs de Niger, hier haar hoogste punt gepaseerd en nu op de weg terug naar het zuiden, eindelijk naar zee. Maar niet voor mijn want de Nigerieense douane beambtes waren mij niet vriendelijk gezind en keerden mij terug na een lange dag wachten in hun grenspost. Ze waren ongevoelig voor het argument dat het consulaat in Bamako al twee maanden dicht was en ook smeergeld had geen effect. Zo wachtte ik dus een dag tussen het gele gras en de vele verschillende soorten vliegende sprinkhanen die een wolk voor je vormen als je door het gras loopt. Zo kwam ik terug in Ansongo waar ik de vorige nacht ookal had geslapen bij vriendelijke Americaanse Andrew en Faith met hun lieflijke babytje. Het was nu het einde van de Rammadan en dus waren er voor de komende twee dagen geen bussen naar Gao, ookal lach het maar een schamele negentig kilometer verderop? Dus logeerde ik bij hun, genoot van het familie leven en speelde colonisten van catan als ik niet bezig was aan mijn beschermend gewaad, te weten het kleurige ding dat ik aan heb op de onderstande foto hier helaas enigzins vreemd weergegeven. Op het suikerfeest droeg iedereen zijn meest spectaculaire nieuwe gewaad en het was waarlijk en spetterend gebeuren, zelfs de aller kleinste zagen er super strak uit en hele famillies dragen vaak pakken van de zelfde stof, dat scheelt in kosten. Iedereen gaat bij iedereen op bezoek en geven de anders kinderen geld. Iedereen paradeerde over de enige cenrale straat en was in een feeststemming. Vanaf daar ging het eigenlijk erg snel, ik tufte naar beneden, nu besloten om door Burkina faso een tweede aanval op Niger te plegen.
Ik vloog langs Mopti en weer richting het dogon land waarachter mijn uiteindelijke doel verscholen lag. Maar toen we zo reden kwamen we staads dichter bij waar ik drie weken geleden geindigd was en rees er in mij een gevoel van thuiskomen. Waarom zou ik niet nog een tijdje in die fijne plek doorbrengen als ik er toch langs kom was mijn gedachte. En gedachte werd daad en zo sprong in aan het begin van de Trans dogon highway uit de bus en was wederom door rust omhuld. Zes dagen spendeerde ik in deze fijne landen en trok zo van dorp tot dorp, vrienden weerziend en genietend van de heldere schoonheid van de sterren des nachts. Ik eindigde mijn toer met drie dagen bij de grijsaard in Jaba-Talu en zijn familie, waar het boeren leven in volle gang was en ik me voelde als een vis in het water. Het was een heldere nacht en in de namiddag vulde mij de sterren van ver en heenden en danste ik met de vogels en de stroom van het leven. Wederom stond ik daar vol in het licht en de wetenschap die niets met weten te maken heeft. Eenheid bereikt door juist te verenigen met de wederzijde en toen compleet in harmonie, alle opties open om te kiezen, de schoonheid van het web dat wij zelf creeren duidelijk en losgelaten. Alles loslaten, laat het vallen, zeg vaarwel tegen je Con-Troll en de kern dient zich vanzelf aan. In eenheid en ruimte heb ik gemediteerd, een klein lichte brandend voor mij in mijn klamboe, op het dak van dit aarden huis onder het waakzaam oog van de klif en de huizen van de ouden. Twee dagen later trok ik met de oude Jager de bergen in, het plateu op, geen uitleg, alleen maar, morgen vroeg ga jij met mij mee daar naar boven. Tja, wat heb je dan nog te zeggen? Dus we trokken over de smalle paden over kliffen en door rijke dalen vol groens en water waar mango en avocado bomen bloeiden. We kwamen in een piepklein dorp bovenop een bergje en werden toen door een vriend van mijn gastheer, Grimboud een plek gewezen daar beneden waar twee jonge baobabs groeiden. Wederom zonder uitleg begon de oude hevig te graven en aan de wortels en aan de stam te schudden en na een kwartiertje hadden we met behulp van drie locale kinderen de spruit uit de grond. Na hem ontdaan te hebben van zijn takken ging hij op het hoofd en zo daalden we weer af tot we terug waren in het huis van de familie. Daar planten we nu opnieuw deze jonge boom tussen de Gierstplanten die nu spoedig geoogst zullen worden en dekten zijn wortels af met aarde en platte stenen, om hem toen van het kostbare water te voorzien. Ik had het gevoel dat dit een daat was uit vriendschap en ik merkte dat hij me nu al miste, ookal was ik nog nieteens vertrokken.
Van die plek liep ik de vijftien kilometer over de vlakte naar Bankass terwijl de klif steeds wijder en wijder werd en ik de andere dorpen waar ik verpoosd had nu kon zien, of, niet echt maar wel hun uitstekende pieken van de rots die nu zo vertrouwd leken. Afscheid kwam toch en het was hartverscheurend de oude man zo geraakt te zien door mijn vertrek. Eindeloos leek de weg te winden door de velden en het pen land en slechts soms passerde ik en slaperig dorpje waar de bewoners verwonderd opkeken toen ik zo langsliep.
In Bankass wachte ik een dag en raasde toen naar burkina in een vergas bus die meer uitlaatgassen de kabine in pompte dan door de uitlaat eruit en het stof deed ook zijn deel om iedereen in de bus een longverstopping te bezorgen. Maar ik kwam in Burkina en het was een genot. Het eerste wat ik zag toen ik uit de bus kwam was een vrou die salades maakte met allerlij verse dingen en azijn en mayonaise, te gek! En er waren allemaal winkels met verschillende dingen, sapjes en versnaperingen en wijn, cider zelfs. Ik deed mij te goed aan allerlij gezonde verse heerlijkheden en mijn buik voelde zich zo tevreden. Toen was het tijd voor cider en ik dronk het op straat uit een echt glazen wijnglas geleend van pompstation waar ze ook rijst, kip, en afwasmiddel verkopen, stel je dat eens voor in Nederland, ha. Van daar tergend traag naar de hoofdstad waar ik nu ben die een vervreemdend effect op mij heeft. Hele blokken zijn plat gebuldozerd voor de ontwikkeling en tegelijkertijd is het net een dorp. Wie weet wat er nog zal gebeuren in dit land van de oncorupteerbare. Voor nu is er in elk geval rust, de oneindigge rust van het innerlijk universum.
In Bankass wachte ik een dag en raasde toen naar burkina in een vergas bus die meer uitlaatgassen de kabine in pompte dan door de uitlaat eruit en het stof deed ook zijn deel om iedereen in de bus een longverstopping te bezorgen. Maar ik kwam in Burkina en het was een genot. Het eerste wat ik zag toen ik uit de bus kwam was een vrou die salades maakte met allerlij verse dingen en azijn en mayonaise, te gek! En er waren allemaal winkels met verschillende dingen, sapjes en versnaperingen en wijn, cider zelfs. Ik deed mij te goed aan allerlij gezonde verse heerlijkheden en mijn buik voelde zich zo tevreden. Toen was het tijd voor cider en ik dronk het op straat uit een echt glazen wijnglas geleend van pompstation waar ze ook rijst, kip, en afwasmiddel verkopen, stel je dat eens voor in Nederland, ha. Van daar tergend traag naar de hoofdstad waar ik nu ben die een vervreemdend effect op mij heeft. Hele blokken zijn plat gebuldozerd voor de ontwikkeling en tegelijkertijd is het net een dorp. Wie weet wat er nog zal gebeuren in dit land van de oncorupteerbare. Voor nu is er in elk geval rust, de oneindigge rust van het innerlijk universum.