Ait Ben Heddou is een een monumentale cluster van kashba's en trappen opgenomen op de wereld erfgoed lijst. Goed wel toen ik daar dus binnen gewandeld kwam en de grote hoeveelheid dure hotels zag aan de ene kant van de rivier, de nieuwe kant, wist ik wel waar ik wou verblijven, niet daar dus! Zodoende stak ik de droge bedding van deze soms machtigge rivier over en kwam zo binnen tussen de bruine tinten en overhangende palmtakken in een kronkelige straat geplaveit met natuursteen en modder cement. De meeste dagtoeristen waren al weer vertrokken en het was nu dus bijna uitgestorven in dit wellicht eens levendige dorp. Ik sprak een jongen aan, zijn naam was Said, ik wist het, al voor ik hem had gezien, en even later liep ik binnen in het huis van een van de laatste famillies die nog in de oude medina wonen. Die avond sliep ik wederom op een teras, onder de zelfde sterren, maar niet de europese, in een andere schoot. De hele familie sliep hier buiten aangezien het binnen niet te harden was zo heet en dan wouden ze mij ook nog twee dekens geven omdat ze bang waren dat ik het koud zou krijgen, yeh right. De volgende dag op ontdekkingstocht uit, langs de set van Prince of Persia die hier gebouwd word net als die van Gladiator een paar jaar geleden, en nog vele anderen. Het dorp ziet er namenmijk nog zo origineel oud uit dat het een favoriet is als achtergrond voor costuum films, Asterix en Obelix bijvoorbeeld. Ik dwaalde door de kleine straatjes en werd uitgenodigd in een piepklein knus berberhuisje schaal een op tien zo leek het.In de namiddag zwalkte ik langs de rand van de straatweg en stak losjes mijn duim omhoog toen er een auto voorbij kwam, en hij stopte. Zo reed ik achterop deze overvolle pickup hangend mee naar de volgende kashba waar ik de eerste drommedarissen van deze reis zag die lusteloos stonden te wachten in de zon op een eventuele toerist om te vervoeren, hun grote zachte voeten in het stof slijtend en hun brede tetere lippen smachtend naar wat lekkers te eten. Ik gaf hem dus maar een pruim en dat lustte die wel, hap slok.
Ik liep rond de ruine van deze eens groote kashba waar de hoge torens nog schraal tegen de witte hemel afstaken en de eens zo mooie versieringen nu bij elke regendruppel verder verwateren. Nu echter was het droog en ik genoot in de tuin vol amandel en granaatappel bomen en andere vrucht dragers van de warmte van de oranje zon en de wind vol van geur en levend stof van de vele gehuchten waar het langs gevoerd had, de wind van Africa.
Ik liep rond de ruine van deze eens groote kashba waar de hoge torens nog schraal tegen de witte hemel afstaken en de eens zo mooie versieringen nu bij elke regendruppel verder verwateren. Nu echter was het droog en ik genoot in de tuin vol amandel en granaatappel bomen en andere vrucht dragers van de warmte van de oranje zon en de wind vol van geur en levend stof van de vele gehuchten waar het langs gevoerd had, de wind van Africa.
De dag erop was vrijdag en dus cous-cous dag en die aten we van twee reusachtige schalen vol met de kleine gele korrels en groente tot niemend pap meer kon zeggen, stel dat ze dat hier zouden kennen. Het pientere jongste dochtertje had reuze lol toen de twee fransen die er ook waren en ik haar vermaakten met allerlij rare truckjes die een Marrocaan nooit zou doen om zijn eer niet te schaden, en we leerden haar zowaar de lotus houding.
Hierna vertrok ik richting het zuiden om na een korte stop in Quarzazatte door de nacht te vliegen over stille droge bergen in een ware omni-bus, de warme wind die tegen je gezicht blaast door het half uit z'n voegen lichende raam, de wiebelende stoelen, jammerende muziek uit krakerigge spiekers volume negendriekwart, en beenruimte nul punt een. Het was een heerlijke reis en laat op de avond werd ik uit de bus gegooit in Aulouz, waar ik gepland had de nacht door te brengen. De ravage van de dagmarkt was nog vollop aanwezig en de laatste kooplui waren bezig hun overgebleven waar in karren en op ezels te pakken terwijl anderen met droge bosjes bezems een vermaarde poging deden wat van het aangekoekte vuil van de straten te krabben terwijl de kakkerlakken hun dagenlijkse feestmaal tot zich namen in donkere hoeken en vele gaten. In het eerste betaalbare hotel dat ik zag kreeg ik een kamer toegewezen waar ik gewoon niet kon geloven hoe warm het daarbinne was. En je verwacht dat ik hier in ga slapen? Wat denk je dat ik ben, een kreeft ofzo? Nou ja eigenlijk wel, maar dat maakt het nog erger! Ben dus maar op het dak van het restaurand gaan liggen waar het aangenaam koel was en de maan stylvol onderging in de late avondlucht.
Aulouz was niet echt mijn ultieme droom stad dus pakte ik de volgende dag na de middag hitte in het enigge strukje groene schaduw in het hele dorp gespendeert te hebben de eerste beste bus naar de volgende nederzetting van formaat, Taroudannt.

Dit is, zo vertelde de eerste inwoner van de stad me, de stad die door de zelfde man is gesticht als Marrakesh maar dan eerder, maar het leek niet zo'n succses ofzo. Het effect is dat de meeste toeristen in Marrakech zitten, en Taroudannt lekker gewoon is en toch een gigantische muur heeft die het geheel veertienkilometer lang omringt. Nou is deze muur geheel gemaakt van leem en zitten er op vele plaatsen grote scheuren in, is hij in z'n geheel weggespoelt of word hij gebruikt als vuilstort plaats, maar het blijft een machtig gezicht. Taroudannt is een plezante stad en er groeien palmbomen midden op straat want, zo vertelde mijn gids mij, ze staan voor optimisme en worden dus door de localen gerespecteerd en niet omgehakt. Door de straten rijden nog ouderwetse paardenkoetsen en honderduizenden fietsen, omdat het er plat is, vele vreemd genoeg met stickers achterop als; Rijwielhandel jan de biek, of; Rijwielhandel bas, Sittard. Nu weet ik dus waar al die tweeduizend fietsen die er in nederland per nacht gestolen worden heen gaan, interresant. De hitte van deze vlaktes is echter niet iets waar ik voor gemaakt ben en dus dompelde ik mij maar onder in de nog hetere hammam die iets minder dan totaal schoon was, met naar riool stinkend water dat omhoog kwam tussen de tegels als je er op ging staan en deuren zo roestig dat de gedachte aan verf alleen al lachwekkend was. Het is steeds weer bijzonder hoe het buiten koel schijnt als je de hammam uitkomt, terwijl het toch echt 45 graden is in de schaduw, het is dus ook niet echt effectief want na vijf minuten ben je al weer helemeel bezweet. Na de reusachtigge markt voldoende ontdekt te hebben en genoten te hebben van de goedkope verse jus die ze hier hebben at ik soep met cous-cous en was toen zo vol dat slapen de enige optie was.
Toen, Agadir, de bus vertrok, met mijn rugzak, zonder mij. Aii, grote fout. Dus met de gedeelde taxi er snel achteraan en in Agadir gekomen stond de buschaufeur al grijnzend op mij te wachten. Okee dat doe je dus ook maar een keer. Agadir heeft een strand en zee en het is er vol badderende types in bikini en zwembroek, wat een groot contrast is met de rest van dit land, waar het al een beledeging is tegenover vrouwen als je je benen toont. Doch waren er ook enige kuisse dames die hun yellabah netjes aan hielden en met hoofddoek door de randen van de golven waden terwijl hun te dikke echtgenoten voor hun uittesten hou lekker fris het water was. En er waren er die met yellabah en al de proef zelf namen, maar niet te diep uiteraard, want ze kunnen hier meestal niet zwemmen. In Agadir was ik van plan het een en ander in te slaan voor de tocht door de woestijn dus nam ik de stadsbus samen met tenminste honderdvijftig andere lieden richting 'de' supermarkt. Het is een soort maxis en heeft heel veel gewone dingen, die in andere winkels toch niet niet zo gewoon zijn, als pindakaas bijvoorbeeld. Het was wonderlijk even in deze westerse gewoonte te zijn van een normale supermarkt, met meer dan een soort van alles enzo, en echte chocola! Mijn mandje gevuld op naar de kassa, rinkel, ja dat doet pijn, europese supermarkt, europese prijzen, face it.
Agadir is gaotich en verwarrend en het ergerde mij hoe niemand hier enig idee schijnt te hebben van de meest normale dingen. Ze wijzen je de ene kant op als je eigenlijk totaal een andere richting op moet, handig. Waar ze hier ook geen idee van hebben is in de rij staan. Je kan netjes achter iemand gaan staan, en dan zullen ze gewoon erlangs duwen om zonder schaamte te proberen vooraan te komen, erg apart.
De volgende avond vertrok om elf uur mijn bus, althans, dat stond op het kaartje, maar om elf uur was er wel een bus, maar dat was die van tien uur, en om half twaalf was er ook wel een bus, maar dat was die van kwart voor twaalf. Uiteindelijk gingen we om kwart over twaalf weg uit Agadir richting Sahara, de zee van zand, en het is echt een zee! Het is er plat, er is geen drinkwater, de enige manier om het over te steken is in een boot (de bus), er groeit nix, en er zijn eilandjes, waarvan ik en nu op een zit, Laayoune. Een groot opdrogend zoutmeer midden in de uitgestrektheid van de stenen droogte. Nieteens echte zandduinen maar gewoon eindeloze platte hete steenvelden. En toch ook hier wonen mensen, kameelherders, ik heb de eerste kudde gezien, zwarte geesten verwaaiend en nietig tussen hemel en aarde. De woustijn loopt hier direct over in de zee en daar aan de rand bouwen deze mensen hun simpele krotten van drijfhout en aangespoelden stukken plastic, en waar ze hun water vandaan halen is me een raadsel, hier in de stad is er al niet veel en het is ware bocht eersteklas. Het smaakt meer als vloeibaar plastic dan water en het geeft je aleen de ilussie van dorstlessing. Ik liep gister tegen de schemering om het meer over de droge korsten, vervuild en bedoezeld met eindeloze hoeveelheden plastic, glas en olie. Wrakkige palmbomen hellen met verschroeide stammen over een verlaten landschap van modder en gebroken vrachtwagen banden. Hier betrede ik mijn eerste Sahara zandduin en die was rein, het zand is immer rein omdat het in beweging is, het is, levend. De vrouwen van de Sahara zijn een waar plezier voor het oog, het zijn de meest kleurigge bloemen, ongeloofenlijk heldere patronen sieren hun gewaden die zij losjes om zich heen gedrapeerd hebben en het is een fladderend gebeuren totaal. Hier vertoef ik nu, mannen met tulbanden zwart aleen hun ogen onthullend een normaliteit, politie en leger op elke straathoek, dit land is in oorlog, de Westerlijke Sahara. Waar vechten deze mensen om, is het werkelijk het land of is dit een gevecht tegen zichzelf, de wind zal het mij leren, alas, Salaam, Peace, Vrede, Shanti, Aum.... 
