Nog voor ik werkelijk het dorp Tamtattoechte berijkt had stopte er ineens een auto waaruit een jongen sprong gehuld in een traditioneel blauw Berber gewaad vol manen en sterren en om zijn hoofd had hij een dikke donkerblauwe tulband gewikkeld die slechts zijn ogen en een stuk van zijn wangen bloot gaf. Het bleek een aardigge knaap en hij handde mij vijf overheerlijkke warme abrikozen die hier, zo bleek later, overal in de vallei rijkenlijk groeien. We trokken een stuk samen op tot hij plotseling begon te rennen bij het zien van een zilveren 4x4 op de weg en zo verdween hij weer net zo plotseling als hij gekomen was, het laatste wat ik hem nog hoorde was ;Berber, French, good people. Toen ik het eigenlijke dorb binnen liep kwamen mij al twee kinderen te gemoet gerend om mij te proberen te bewegen naar hun hotel te komen maar ik had het anders voorzien en streek neer in een half af pension bovenop een heuvel met een schitterend uitzicht over zovel het dorp als de achterlichende vlaktes waar het hooggebergte licht een prachtig schaduwenspel speelde met de zilveren wolken.
Dit dorp is nog erg traditioneel en heeft pas enkele jaren electriciteit en vele dingen gebeuren er nog met de hand, behalve het dorsen. Dit gebeurt in een gezamelijke actie waar grote bergen tarwe halmen door enkelen worden aangesleept en door een man die boven op de machine staat erin geworpen waarna het aan de andere kant er met een machtig kabaal en snelheid weer uit geblazen word in een huis van een zak en de graankorrels netjes gescheiden aan de zijkant eruit stromen in een mand die dan weer word omgekeerd op meerdere kleedjes om later dan ik zakken geschept te worden. Het is een geweldigge happening en het hele dorp licht erna onder het graan stof en het kaf, geweldig. Ik liep samen met de baas van het pension naar zijn familie huis waar we uiteraard thee en brood met olijfolie toegedient kregen in een kamer met enkel kleedjes en kussens en een lage ronde tafel zoals hier gebruikelijk is. We klommen ook naar boven op de ruines van de oude kasbah die op een magnefiek uitstekende klif is gebouwd midden in de vallei vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over de vele kleine groene veldjes waar op elk weer iets anders verbouwd word en waar vele vrouwen op hun hurken gras en graan aan het oogsten waren in hun kleurigge gewaden. Het was een prachtig gezicht hoe het frisse groen van de akkers scherp afstak tegen de steile oranje helling daar achter en hoe de kleuren van het oude dorp een perfecte mengeling waren van alle aard kleuren uit de omliggende bergen, zo een natuurlijk en harmonisch geheel was het, en dan de rust van alle mensen die zich langzaam voortbewogen over de smalle aarden wallen die de gewassen scheiden, erg mooi was het.
Dit dorp is nog erg traditioneel en heeft pas enkele jaren electriciteit en vele dingen gebeuren er nog met de hand, behalve het dorsen. Dit gebeurt in een gezamelijke actie waar grote bergen tarwe halmen door enkelen worden aangesleept en door een man die boven op de machine staat erin geworpen waarna het aan de andere kant er met een machtig kabaal en snelheid weer uit geblazen word in een huis van een zak en de graankorrels netjes gescheiden aan de zijkant eruit stromen in een mand die dan weer word omgekeerd op meerdere kleedjes om later dan ik zakken geschept te worden. Het is een geweldigge happening en het hele dorp licht erna onder het graan stof en het kaf, geweldig. Ik liep samen met de baas van het pension naar zijn familie huis waar we uiteraard thee en brood met olijfolie toegedient kregen in een kamer met enkel kleedjes en kussens en een lage ronde tafel zoals hier gebruikelijk is. We klommen ook naar boven op de ruines van de oude kasbah die op een magnefiek uitstekende klif is gebouwd midden in de vallei vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over de vele kleine groene veldjes waar op elk weer iets anders verbouwd word en waar vele vrouwen op hun hurken gras en graan aan het oogsten waren in hun kleurigge gewaden. Het was een prachtig gezicht hoe het frisse groen van de akkers scherp afstak tegen de steile oranje helling daar achter en hoe de kleuren van het oude dorp een perfecte mengeling waren van alle aard kleuren uit de omliggende bergen, zo een natuurlijk en harmonisch geheel was het, en dan de rust van alle mensen die zich langzaam voortbewogen over de smalle aarden wallen die de gewassen scheiden, erg mooi was het. Na twee nachten gespendeert te hebben in deze hechte comunne vertrok ik toen in alle vroegte op een naar mijn weten twee dagen durende wandeling over het hart van de bergen naar de volgende grote vallei. Na een half uur was ik elk waarlijk spoor al bijster en volgde ik dus maar de loop van de droogstaande rivier, op aanraden van mijn ex-gastheer. Na korte tijd kwam ik een oude man tegen die daar zijn akker opnieuw aan het inzaaien was, nu met mais voor de dieren en het gebalk van zijn ezel weergalmde klagelijk tegen de rotsen on slechts geantwoord te worden door de ezel van de buren. Samen genooten wij een ontbijt van huis gebakken brood en olie en, en toen vervolgde ik opnieuw mijn weg. Ik trok door de stenen bedding van deze grote wadi tot waar hij weer water bevatte en verder omhoog, tot een kloof vol gigantische rotsblokken en grintbeddingen en vijgenbomen groeiden allom. Vele malen moest ik een stuk de helling op klimmen omdat de water weg simpel versperd werd door een zoveelste waterval vol natuur geweld en puurheid. Het was een waarlijk avontuurlijke trip langs een hoge overhellende rotswand die duidenlijk de leveraar was geweest voor veel van deze mega keien. Na een uur of anderhalf zwoegen echter opende de vallei zicht wederom en veranderde in een lenge zweepende vallei vol droge bosjes en geel gras, soms, maar toch vooral heel veel stenen. Deze volgde ik nu, ook nu ik de bron van het water gepaseerd was en ik dus weder het enigge levende schepsel scheen in deze leegte, maar nee.
Mensen verkiezen het werkenlijk hier te wonen en ik kwam al lopende langs drie zwart wollen nomaden tenten waar meisjes met half weggeschoren haar en voddigge kleren mij om zeep kwamen vragen en vele schichtig geoogde geiten en schapen met grote horens en staarten toch genoeg te eten vinden om in hun levensonderhoud te voorzien. Gastvrij waren deze lieden echter niet echt dus ik bleef lopen door de hitte tot ik de pas in het zicht had. Langs groene en wijnrode bergen ging het nu, de weg niet meer dan een karrespoor en eenzaamheid leefde er in de lucht, en toch is dit het huis en thuis van deze mensen, en willen ze nergens anders leven, wat een bar bestaan lijkt het, maar dan, wat een bar geestelijk armoedig leven voeren wij meestal zelf in onze steden van steen, staal en glas.
Mensen verkiezen het werkenlijk hier te wonen en ik kwam al lopende langs drie zwart wollen nomaden tenten waar meisjes met half weggeschoren haar en voddigge kleren mij om zeep kwamen vragen en vele schichtig geoogde geiten en schapen met grote horens en staarten toch genoeg te eten vinden om in hun levensonderhoud te voorzien. Gastvrij waren deze lieden echter niet echt dus ik bleef lopen door de hitte tot ik de pas in het zicht had. Langs groene en wijnrode bergen ging het nu, de weg niet meer dan een karrespoor en eenzaamheid leefde er in de lucht, en toch is dit het huis en thuis van deze mensen, en willen ze nergens anders leven, wat een bar bestaan lijkt het, maar dan, wat een bar geestelijk armoedig leven voeren wij meestal zelf in onze steden van steen, staal en glas. Op de pas ontmoette ik twee lieden uit het dorp waar ik heen wou en samen dronken wij thee, hier op achtentwintighonderd meter hoogte in een gierende wind, een vuurtje gestookt op droge bosjes, hoe ze het deden is mij een raadsel maar het was heerlijk. Wij besloten samen verder te trekken en wij stegen nog luttele honderden meters tot nog een hogere pas vanwaar je een comanderend uitzicht had over vele vele bergruggen tot ver aan de horizon en de bergoeing slechts bestond uit hyper stekelig gras en korstbosjes die in grote kringen steeds wijder groeien en een zeer trippend gezicht zijn. Toen dalden wij snel en nu kwamen wij weer in een kloof achtigge canyon met reusachtigge rotsformaties met vele grotten hoog erin gesneden. We bleven dalen en al gauw waren we weer in de wereld van de geitenhoedders met wie we thee dronken van droge bosjes (uiteraard) en kwamen toen in een brede vallei met een soort vee snelweg erin waar we de keuze hadden uit wel tien paden naast elkaar. Ook deze liepen wij uit en zo kwamen we in de kloof der dadels, wat aleen is sommigge stukken een kloof is en verder een prachtigge weidde vallei wol bomen en 1 straats dorpjes. We staken een stuk af recht over de heuvels (er is hier toch geen begroeing) omdat het duister ons nu inhaalde en kwamen zo op een adembenemende plek waar je de hele vallei kon overzien en je zag hoe de schollen van de aarde hier schuin uit de aarde kwamen zetten en het geheel er uit zag als een stormachtigge zee, met de zelfde kleur, als gigantische golven die door de vallei spoelden, een meesterlijk gezicht.
Die nacht sliep ik in M'semrir in het maggzijn van de locale winkel en werd de volgende dag uitgenodigd door Ibrahim om bij hem in zijn berber huis en zijn famillie te komen verblijven. Dit liet ik me geen twee keer zeggen en zodoende leerde ik zijn vijf schattigge kinderen, zijn vrouw en zus, en zijn vader en moeder kennen die allen in de zelfde kasbah woonden. Ik kreeg er mijn hele eigen kamer toegewezen vol zachte kleurigge tapijten en een prachtig gedecoreerd plafond in de kleuren van het dorp, rood, blauw en geel, hoe rustgevend. Vier dagen was ik tegast in hun huis en at aan hun tafel en hielp hen soms met het werk als het binnenhalen van de schoven gedroogd graan van het veld on het oogsten van het gras voor hun twee koeien en geiten met de cickel, wat hun van groot vertier verzorgde omdat dit normaal alleen door de vrouwen gebeurt. Elke morgen werd ik weer gewekt door hun haan en s'avonds zaten wij onder de sterren hemel in hun hofje en probeerde ik de kinderen te leren eten met stokjes, wat geweldig was.
Samen met Ibrahim ben ik ook nog naar een diepe grot geweest waar een hele groep jongens uit het dorp aldaar onze gids was. Het was in plekken erg nouw maar er waren ook grote kamers vol stalagmieten en stalagtieten en een ondergronsd meer met het helderste water waar onze lampen fata morgana's creeerden op het spiegelende water oppervlak. Een tijd zaten wij in stilte bij slechts het licht van een kaars en hoorden en voelden de vele vleermuizen om onze oren vliegen wat een zeer bijzondere ervaring was. Weer terug in het dorp maakte ik nog een wandeling naar de plek waar we de eerste dag de 'golven' hedden gezien en liet de eenzaamheid van deze plek nog eens goed in mij doordringen. Ik zat daar op de rand van het versteende oerstrand en bos wat zichtbaar was aan de grote hoeveelheden gepetrificeerd hout vol zwarte crystallen en platen versteende zeebodem, met golfjes en alles, maar dan van steen. Wederom was het schone strijkende licht mijn reden om af te dalen en zo kwam ik net voor het donker weer in de velden aan en sliep voor een laatste maal in kasbah Ibrahim. De volgende morgen liep ik eerst naar M'semrir en toen verder naar beneden, nu weer de grote canyon in naar onderen, deels lopend, deels liftend, een gedeelte achterin een jaren vijftig truck ala Hoep zij de chaufeur die op weg was vele bomen op te halen. Wij reden eerst bovenlangs over de bergen en zagen beneden de stroom die in miljoenen jaren de diepe kloof had uitgeslepen door deze machtige bergen, slingeren al was het een viriele slang, krachtig al was het de grootste boom, met de kracht om alles opzij te duwen wat in haar baan komt. Zo daalde ik af door de Gorge Dades en voelde mij geweldig in mijn schik met al het moois wat er om mij heen te zien was. Ik lande die avond in Ait Ali waar ik in een prachtig traditioneel versierd hotel op het dakteras mocht slapen waar al twee maanden geen toerist geweest was. Toen ik na het vallen van de nacht een wandeling maakte kwam ik langs de moskee waar de geloviggen, man en vrouw, harmonisch de koran aan het reciteren waren en daar tegen een pilaar gezeten waande ik mij even in een sprookje van duizend en een nacht, de vele witte gewaden, het zachte licht en de monotone stemmen waren als een toverspreuk en ik werd meegenomen in hun lichtende devotie. De volgende morgen voerde mij weer verder stroom afwaarts langs en door de rivier die klonk als de zachte stemmen van vele lachende en zingende vrouwen. Nu kwam ik weer in de arabische wereld, waar ik de afgelopen week in het rijk van de Amazingh vertoefd had, en daar waren weer de rechte betonnen huizen en de hitte kwam mij te gemoet. Ik nam de bus naar Quarzazatte, maar op advies van twee andere reizigger lieden daar in het busstation bleef ik daar niet hangen.
Meteen ging ik door naar Ait Ben Heddou waarvan ik de laatste negen kilometer gelopen heb door de desolaatheid van de steenwoestijn die vol kristallen was, wat het een wonderlijke ervaring maakte samen met de absolute vrijheid van je pad omdat je nergens omheen hoeft te lopen, er is gewoon nix. Dit was Amazingh Hights, Deel 12 volgs spoedig, dank U.
Meteen ging ik door naar Ait Ben Heddou waarvan ik de laatste negen kilometer gelopen heb door de desolaatheid van de steenwoestijn die vol kristallen was, wat het een wonderlijke ervaring maakte samen met de absolute vrijheid van je pad omdat je nergens omheen hoeft te lopen, er is gewoon nix. Dit was Amazingh Hights, Deel 12 volgs spoedig, dank U.